Het bèta/technisch hbo (hbo-sector HTNO) telde in studiejaar 2010/2011 een totale instroom van 20.370
studenten in voltijd-, deeltijd- en duale opleidingen. Het aandeel vrouwen in de instroom van HTNO vertoont een stijgende lijn van van 13,9% in 2004 naar 17,1% in 2010. In het hbo is de dalende trend van de afgelopen jaren definitief gekeerd en is een stijging ingezet. Ten opzichte van het hbo-peiljaar 2002 is er een stijging van de instroom van 15%.

Instroom in het HBO

Studiejaar Totaal Vrouwen % Vrouwen
2006/2007 114.453 61.256 53,5%
2007/2008 117.535 63.220 53,8%
2008/2009 120.405 65.117 54,1%
2009/2010 129.884 69.294 53,4%
2010/2011 129.344 68.857 53,2%

Instroom in het HTNO (voltijd, deeltijd, duaal)

Studiejaar Totaal Vrouwen % Vrouwen
2006/2007 16.844 2.440 14,5%
2007/2008 17.592 2.672 15,2%
2008/2009 18.274 2.892 15,8%
2009/2010 20.293 3.408 16,8%
2010/2011 20.370 3.493 17,1%

Voltijdinstroom HTNO

Bijna alle instromende vrouwelijke studenten kiezen in het bèta/technisch hbo voor voltijdopleidingen en niet voor deeltijd- of duale opleidingen.

Voltijdinstroom in het HTNO

Studiejaar Totaal Vrouwen % Vrouwen
2006/2007 15.088 2.288 15,2%
2007/2008 15.658 2.495 15,9%
2008/2009 16.168 2.721 16,8%
2009/2010 18.375 3.244 17,7%
2010/2011 18.573 3.347 18,0%

Bron: HBO-raad (bewerking VHTO)

Voltijdinstroom HTNO per hogeschool

In 2010 trekken bèta/technische opleidingen van de Hogeschool Leiden (33%), Saxion Hogeschool (29%) en de Hogeschool van Amsterdam (22%) de meeste meisjes. Bij hogeschool Stenden (6%) Hogeschool Windesheim (7%) en Fontys (11%) stromen in 2010 naar verhouding de minste meisjes in in de technische hbo-opleidingen. Dit heeft in belangrijke mate te maken met het aanbod aan bèta/technische opleidingen van de hogescholen. Zo biedt de Hogeschool Leiden alleen de HTNO-opleidingen biologie&medisch laboratoriumonderzoek, chemie en bio-informatica aan, waarvan vooral de eerste twee vanouds veel meisjes trekken.

Naar boven

Voltijdinstroom HTNO per hogeschool

  2008/2009     2009/2010     2010/2011    
  Totaal Vrouw %V Totaal Vrouw %V Totaal Vrouw %V
Avans hs. 1.579 243 15,4% 1.794 280 15,6% 1.679 262 15,6%
Chr. hs. windesheim 673 39 5,8% 634 44 6,9% 1.009 65 6,4%
Fontys hs. 1.066 124 11,6% 1.532 167 10,9% 1.686 251 14,9%
Haagse hs. 1.133 179 15,8% 1.315 211 16,0% 1.420 234 16,5%
Hanze-
hogeschool
groningen
844 106 12,6% 866 118 13,6% 903 128 14,2%
hs. Inholland 763 91 11,9% 802 114 14,2% 752 95 12,6%
Hs. Leiden 339 123 36,3% 414 135 32,6% 444 141 31,8%
Hs. Rotterdam 1.318 186 14,1% 1.379 242 17,5% 1.462 271 18,5%
hs. Utrecht 1.426 226 15,8% 1.823 357 19,6% 1.728 319 18,5%
hs. van Amsterdam 2.240 559 25,0% 2.575 577 22,4% 2.402 634 26,4%
hs. van Arnhem
en Nijmegen
1.208 164 13,6% 1.244 182 14,6% 1.256 170 13,5%
hs. voor de kunsten
Utrecht
202 36 17,8% 192 37 19,3% 174 30 17,2%
hs. Zeeland 281 29 10,3% 389 53 13,6% 358 50 14,0%
hs. Zuyd 742 117 15,8% 735 109 14,8% 635 91 14,3%
nhtv internationale
hs. Breda
240 34 14,2% 387 58 15,0% 444 58 13,1%
noordelijke hs.
Leeuwarden
684 93 13,6% 888 177 19,9% 736 154 20,9%
Saxion hs. 1.356 362 26,7% 1.334 379 28,4% 1.402 388 27,7%
Stenden hs. 74 10 13,5% 72 4 5,6% 83 6 7,2%

Voltijdinstroom per HTNO opleiding

Technisch-commerciële confectie- en textielkunde zijn altijd al populaire htno-opleidingen onder meisjes geweest. Wel is het aantal instromende meisjes én jongens in de confectieopleiding, verreweg de grootste van de twee, de laatste jaren nogal ingezakt. Ook biologie & medisch laboratoriumonderzoek trekt vanouds veel meisjes; de man/vrouw-verhouding in de instroom is hier steeds ongeveer 50-50. Van de traditionele technische hbo-opleidingen is bouwkunde altijd al het populairst geweest bij meisjes (in 2010 18% meisjes in de instroom).

Opleidingen met relatief een bovengemiddelde instroom zijn vaak vrij nieuwe opleidingen, waarin techniek wordt gecombineerd met een of meer andere disciplines (zgn. snijvlakopleidingen). Zo trekt de snijvlakopleiding forensisch onderzoek relatief zeer veel meisjes: 58%. Hier worden studenten opgeleid tot forensisch-technisch recherchekundige of forensisch analist/onderzoeker. Bij de opleiding bewegingstechnologie, waarbij studenten leren biologische, biomedische en technologische kennis toe te passen voor het oplossen van bewegingsproblemen van mensen, bestaat ruim eenderde van de instroom uit meisjes. Andere HTNO-opleidingen die veel meisjes trekken zijn de snijvlakopleidingen aquatische ecotechnologie, communication & multimedia design, gezondheidszorgtechnologie, orthopedische technologie. Meisjes hebben dus wel degelijk belangstelling voor een technische opleiding als ze aansluiten bij hun interessesfeer. Maar omdat deze opleidingen naar verhouding vaak ‘klein’ zijn, dus weinig studenten tellen, hebben die bovengemiddelde percentages instromende meisjes nog weinig invloed op het aandeel meisjes in de totale instroom in alle HTNO-opleidingen.

Voltijdinstroom per HTNO opleiding (kopie 1)

Technisch-commerciële confectie- en textielkunde zijn altijd al populaire htno-opleidingen onder meisjes geweest. Wel is het aantal instromende meisjes én jongens in de confectieopleiding, verreweg de grootste van de twee, de laatste jaren nogal ingezakt. Ook biologie & medisch laboratoriumonderzoek trekt vanouds veel meisjes; de man/vrouw-verhouding in de instroom is hier steeds ongeveer 50-50. Van de traditionele technische hbo-opleidingen is bouwkunde altijd al het populairst geweest bij meisjes (in 2010 18% meisjes in de instroom).

Opleidingen met relatief een bovengemiddelde instroom zijn vaak vrij nieuwe opleidingen, waarin techniek wordt gecombineerd met een of meer andere disciplines (zgn. snijvlakopleidingen). Zo trekt de snijvlakopleiding forensisch onderzoek relatief zeer veel meisjes: 58%. Hier worden studenten opgeleid tot forensisch-technisch recherchekundige of forensisch analist/onderzoeker. Bij de opleiding bewegingstechnologie, waarbij studenten leren biologische, biomedische en technologische kennis toe te passen voor het oplossen van bewegingsproblemen van mensen, bestaat ruim eenderde van de instroom uit meisjes. Andere HTNO-opleidingen die veel meisjes trekken zijn de snijvlakopleidingen aquatische ecotechnologie, communication & multimedia design, gezondheidszorgtechnologie, orthopedische technologie. Meisjes hebben dus wel degelijk belangstelling voor een technische opleiding als ze aansluiten bij hun interessesfeer. Maar omdat deze opleidingen naar verhouding vaak ‘klein’ zijn, dus weinig studenten tellen, hebben die bovengemiddelde percentages instromende meisjes nog weinig invloed op het aandeel meisjes in de totale instroom in alle HTNO-opleidingen.

Voltijdinstroom per HTNO opleiding

  2008/2009     2009/2010     2010/2011    
  totaal vrouw % V totaal vrouw %V totaal vrouw %V
b aot -
techniek
69   0,0% 82 2 2,4% 72 1 1,4%
b applied
science
110 35 46,7% 120 26 21,7% 135 45 33,3%
b aqua-
tische
eco-
technologie
27 6 28,6% 51 12 23,5% 41 12 29,3%
b automotive             63 1 1,6%
b auto-
techniek
338   0,0% 310 5 1,6% 287 4 1,4%
b aviation 317 25 8,6% 408 39 9,6% 376 39 10,4%
b bedrijfs-
management
mkb
85 14 19,7% 119 25 21,0% 127 29 22,8%
b bedrijfs-
wiskunde
136 36 36,0% 155 45 29,0% 160 48 30,0%
b bewegings-
technologie
43 8 22,9% 70 21 30,0% 109 34 31,2%
b bio-
informatica
62 12 24,0% 84 14 16,7% 79 22 27,8%
b biologie
en medisch
laboratorium-
onderzoek
1.002 551 122,2% 1.189 644 54,2% 1.084 580 53,5%
b biometrie 30 11 57,9% 31 11 35,5% 29 12 41,4%
b bio-
technologie (techniek)
17 10 142,9% 111 51 45,9% 118 75 63,6%
b bouwkunde 1.854 267 16,8% 1.896 334 17,6% 1.755 322 18,3%
b bouw-
management
en vastgoed
47 9 23,7% 105 10 9,5% 124 29 23,4%
b bouw-
technische
bedrijfskunde
319 38 13,5% 236 22 9,3% 257 38 14,8%
b built
environment
199 33 19,9% 152 16 10,5% 134 18 13,4%
b business
engineering
30   0,0% 22   0,0% 27 3 11,1%
b business
management
67 20 42,6% 112 29 25,9% 162 45 27,8%
b chemie 616 211 52,1% 575 182 31,7% 593 189 31,9%
b chemische
technologie
198 34 20,7% 203 34 16,7% 242 30 12,4%
b civiele
techniek
577 21 3,8% 642 34 5,3% 678 44 6,5%
b commercieel
ingenieur
25 4 19,0% 30 3 10,0%      
b communication
& multi-
media design
1.248 291 30,4% 1.735 480 27,7% 1.609 446 27,7%
b elektro-
techniek
1.008 35 3,6% 958 28 2,9% 972 46 4,7%
b engineering,
design
and
innovation
155 30 24,0% 222 37 16,7% 260 45 17,3%
b forensisch
onderzoek
66 47 247,4% 67 39 58,2% 68 41 60,3%
b game
architecture
and
design
104 14 15,6% 185 22 11,9% 208 16 7,7%
b geodesie 10 2 25,0% 9   0,0% 21 1 4,8%
b gezondheid-
szorg
technologie
40 11 37,9% 61 18 29,5% 53 15 28,3%
b hbo-ict             473 50 10,6%
b human
technology
67 10 17,5% 83 13 15,7% 90 16 17,8%
b industrieel
produkt
ontwerpen
382 87 29,5% 410 116 28,3% 500 132 26,4%
b industriele
auto-
matisering
46   0,0% 48 1 2,1% 48 0 0
b informatica 1.463 70 5,0% 1.888 80 4,2% 1.826 75 4,1%
b kunst
en techniek
392 106 37,1% 333 99 29,7% 389 102 26,2%
b logistiek
en
technische
vervoers-
kunde
310 55 21,6% 305 49 16,1% 292 33 11,3%
b luchtvaart-
technologie
155 6 4,0% 145 9 6,2% 149 6 4,0%
b maritiem
officier
222 11 5,2% 276 19 6,9% 230 14 6,1%
b media-
technologie
62 4 6,9% 50 4 8,0% 54 5 9,3%
b milieukunde
(techniek)
68 15 28,3% 70 22 31,4% 73 10 13,6%
b netwerk
infra-
structuur
design
89   0,0% 102 1 1,0% 78 1 1,3%
b ocean
technology
9 2 28,6% 21 3 14,3% 11 3 27,3%
b ortho-
pedische
technologie
20 10 100,0% 38 13 34,2% 40 23 57,5%
b ruimtelijke
ordening
en
planologie
263 47 21,8% 255 56 22,0% 295 73 24,7%
b scheeps-
bouw-
kunde
56 1 1,8% 67 1 1,5% 84 5 6,0%
b steden-
bouwkundig
ontwerpen
            37 12 32,4%
b technische
bedrijfskunde
966 77 8,7% 999 59 5,9% 1.007 61 6,1%
b technische
commerciele
confectie-
kunde
304 261 607,0% 304 266 87,5% 310 274 88,4%
b technische
commerciele
textiel-
kunde
106 96 960,0% 135 128 94,8% 131 130 99,2%
b technische
informatica
533 12 2,3% 578 16 2,8% 565 9 1,6%
b technische
natuurkunde
179 11 6,5% 197 10 5,1% 225 19 8,4%
b verkeers-
kunde
69 5 7,8% 114 32 28,1% 76 8 10,5%
b water-
management
            51 5 9,8%
b werktuig-
bouwkunde
1.452 44 3,1% 1.531 27 1,8% 1.544 40 2,6%

Aantal versus aandeel vrouwen in de instroom

Sinds 2006/2007 heeft de opleiding bouwkunde de meeste instroom en niet de opleiding informatica, zoals jarenlang het geval was. De instroom bij bouwkunde bestaat voor 15% uit meisjes. De opleiding technisch-commerciële confectiekunde stond jarenlang in de top tien van de HTNO-opleidingen met de grootste instroom, maar is sinds 2006/2007 uit deze ranglijst verdwenen.

Naar boven

Instroom en aandeel vrouwelijke studenten van de 10 grootste technische hbo-opleidingen (voltijd) in 2010/2011

Opleiding Totale instroom Vrouwen % Vrouwen
b informatica 1826 75 4,1%
b bouwkunde 1755 322 18,3%
b communication and multimedia design 1609 446 27,7%
b werktuigbouwkunde 1544 40 2,6%
b biologie en medisch laboratoriumonderzoek 1084 580 53,5%
b technische bedrijfskunde 1007 61 6,1%
b elektrotechniek 972 46 4,7%
b civiele techniek 678 44 6,5%
b chemie 593 189 31,9%
b technische informatica 565 9 1,6%


Bovenstaande tabel illustreert dat deze rangorde vooral bepaald wordt door mannelijke eerstejaars studenten. Wordt namelijk gekeken naar de instroom van vrouwelijke studenten dan krijgen we een heel ander lijstje:

De 10 technische hbo-opleidingen waar relatief de meeste vrouwelijke studenten instromen (voltijd) (2010/2011)

Opleiding Totale instroom Vrouwen % Vrouwen
b technische commerciele textielkunde 131 130 99,2%
b technische commerciele confectiekunde 310 274 88,4%
b biotechnologie (techniek) 118 75 63,6%
b forensisch onderzoek 68 41 60,3%
b orthopedische technologie 44 24 54,5%
b biologie en medisch laboratoriumonderzoek 1.116 599 53,7%
b biometrie 29 12 41,4%
b applied science 135 45 33,3%
b stedenbouwkundig ontwerpen 37 12 32,4%
b chemie 628 200 31,8%

Bron: HBO-raad (bewerking VHTO)

Bij de top tien HTNO-opleidingen waar relatief de meeste vrouwen instromen staat technisch-commerciële textielkunde al een aantal jaar bovenaan. Opvallend is dat de opleiding communication & multimedia design uit deze ranglijst is verdwenen, terwijl deze opleiding in 2004/2005 op nummer 4 stond, met 19% instroom van meisjes. In plaats daarvan zijn andere relatief nieuwe opleidingen in deze ranglijst verschenen, zoals forensisch onderzoek, orthopedische technologie en bewegingstechnologie. Alleen biologie en medisch laboratoriumonderzoek staat in beide top-10’ en. Dit is dus zowel een HTNO-opleiding met veel instroom als een HTNO-opleiding met relatief veel vrouwelijke instroom.

Naar boven