 |
|
Cijfers meisjes/vrouwen in bèta/techniek
De VHTO ordent en analyseert al geruime tijd cijfers van het CBS, de HBO-raad
en de Onderwijsinspectie en zet deze op haar Barometer.
Aan de hand van de cijfers van de afgelopen twee cohorten, 2002/2003 en
2003/2004, is te zien dat meer meisjes/vrouwen dan jongens/mannen een
opleiding volgen, maar dat er nog erg traditioneel wordt gekozen.
In het vmbo is in de sector techniek slechts 4% een meisje. In het havo
is het aandeel meisjes bij het profiel Natuur&Techniek wat groter,
in het vwo aanmerkelijk groter. Als meisjes al voor een natuurprofiel
kiezen is dat meestal Natuur&Gezondheid; hier is meer dan de helft
een meisje.
Het aandeel meisjes in de sector Techniek van het mbo is al jarenlang
vrij stabiel, namelijk 10-11%. In het technisch hbo vertoont de instroom
van meisjes een dalende tendens (ruim 14% in 2002). In het technisch wo
is het aandeel van meisjes al een aantal jaren zo'n 17-18%, terwijl het
percentage meisjes in wo natuur stijgt (bijna 35% in 2003).
Voortgezet onderwijs
In het vmbo kiest in 2003/2004 28% van de leerlingen voor de sector Techniek,
maar van deze groep is slechts 4% een meisje.
Van alle havisten kiest in 2002/2003 slechts 11,1% voor het profiel Natuur&Techniek,
waarvan 7,2% meisjes en 92,8% jongens. Op het vwo is de verhouding iets
gunstiger: 15,5% van de leerlingen kiest hier voor Natuur&Techniek,
waarvan 16,5% meisjes en 83,5%jongens. Als meisjes voor een natuurprofiel
kiezen is dat vooral Natuur&Gezondheid. Van de havisten kiest 16,1%
voor dit profiel, van de vwo'ers 28,8%. In het havo is ruim de helft hiervan
een meisje (51,9%) en in het vwo is dit zelfs 58,8%. N&T-meisjes die
na het vwo doorstromen naar een bèta/technische vervolgopleiding
kiezen vooral voor 'zachte' bètaopleidingen (medisch en paramedisch).
Een overzicht van de spreiding van meisjes en jongens over de vier profielen
is te vinden bij Onderwijsverslag
2002/2003.
Beroepsonderwijs
De cijfers van het mbo, hbo en wo van de afgelopen twee cohorten laten
een vergelijkbaar beeld zien. Opvallend is wel dat in het mbo een relatief
hoog percentage, 44% van het totaal aantal studenten, de sector Techniek
volgt. Dit percentage bestaat echter uit slechts 10,9% meisjes en 89,1%
jongens (2002/2003). Het aandeel van meisjes is al jarenlang vrij stabiel.
Het percentage vrouwen dat voor een technische hbo-opleiding kiest laat
al jaren een dalende tendens zien (14,2% in 2002/2003). De meisjes kiezen
het vaakst voor een interdisciplinaire opleiding zoals Biologie en Medisch
Laboratoriumonderzoek of Technisch Commerciële Confectiekunde.
Wetenschappelijk onderwijs
In het wetenschappelijk onderwijs ligt het percentage meisjes dat voor
een technische opleiding kiest in 2003/2004 op 17,5%; in 2002/2003 lag
dit een halve procent lager. Het aandeel meisjes is hier al jarenlang
stabiel.De nieuwe bacheloropleiding Life Science and Technology trekt
de meeste meisjes aan.
Het aandeel meisjes in de natuuropleidingen vertoont een stijgende tendens:
in 2003/2004 zagen we 34,7% meisjes instromen. De opleidingen informatica
(12,3%) en natuurkunde (16,1%) trekken nog steeds weinig meisjes aan,
maar bij farmacie en fysische geografie stromen zelfs relatief meer meisjes
dan jongens in, respectievelijk 60% en 53,7%.
|
|