 |
|
Emancipatiemonitor
2006
In de in december 2006 verschenen vierde editie van de Emancipatiemonitor,
de Emancipatiemonitor 2006, constateren de auteurs van CPB en CBS dat
er op enkele onderdelen van het (vrouwen)emancipatieproces vooruitgang
is geboekt, maar dat er vaker sprake is van stagnatie. De groei die
in de jaren 1990 op tal van terreinen zichtbaar was, is in het begin
van deze eeuw afgezwakt of zelfs tot stilstand gekomen.
Onderwijssegregatie
Voor schoolverlaters van typische meisjesopleidingen zijn de kansen
op werk iets minder goed dan voor schoolverlaters van typische jongensopleidingen.
Ook de mogelijkheden om van beroep te switchen zijn na meisjesopleidingen
wat kleiner dan na jongensopleidingen. Daarentegen is de werkgelegenheid
in relevante beroepen na meisjesopleidingen minder gevoelig voor conjunctuurschommelingen
dan de werkgelegenheid in relevante beroepen na jongensopleidingen.
Wo-economie en wo-bedrijfskunde worden niet langer als jongensopleidingen
beschouwd, omdat hier de participatie van meisjes inmiddels boven de
30% ligt.
Arbeidsmarkt
Vanouds besteedt de Emancipatiemonitor vooral aandacht aan participatie
van vrouwen op de arbeidsmarkt en aspecten die daar mee te maken hebben.
Volgens de monitor 2006 is de arbeidsparticipatie van vrouwen de laatste
jaren niet toegenomen, maar omdat die van mannen is afgenomen is het
verschil tussen vrouwen en mannen kleiner geworden. Deeltijdwerk is
favoriet, ook bij vrouwen die geen kleine kinderen hebben. Mannen zijn
nauwelijks meer gaan zorgen. De acceptatie en het gebruik van kinderenopvang
nemen toe. Dit en de (bescheiden) verlofregelingen voor ouders met kleine
kinderen hebben een licht positieve invloed op de arbeidsparticipatie
van vrouwen.
De toename in de arbeidsdeelname van vrouwen de laatste jaren (2000-2005)
heeft vooral plaatsgevonden in de traditionele vrouwenberoepen en heeft
dus niet geleid tot verschuivingen in de verdeling van mannen en vrouwen
over de bedrijfstakken. Als je kijkt naar een langere periode, 1995-2005,
dan zie je dat het percentage vrouwen in de sector techniek wel is toegenomen,
vooral op hoger niveau. Het percentage vrouwen in wetenschappelijke
technische beroepen is in die periode gegroeid van ca. 8% naar ca. 20%,
in de hogere technische beroepen van ca. 6% naar ca. 10%. Het percentage
vrouwen in lagere technische beroepen is in die periode iets afgenomen
(van ca. 10% naar ca. 9%) en in middelbare technische beroepen iets
toegenomen (van ca. 3% naar ca. 4%).
Qua beroepsniveau is er weinig verschil tussen mannen en vrouwen.
SCP/CBS, Emancipatiemonitor 2006, Den Haag, december 2006
Zie ook de persberichten op de SCP-website,
de CBS-website
en zie de reactie
van minister De Geus op de website van het Ministerie van SZW.
|
|
| |
|
COLOFON
VHTO, landelijk expertisebureau meisjes/vrouwen en bèta/techniek
T 020 6521295
E vhto@vhto.nl
W www.vhto.nl
Dit e-zine is samengesteld met financiële ondersteuning van het
Ministerie van OCW.
Heeft u suggesties, commentaar, ideeën? Laat het ons weten via vhto@vhto.nl
|
|