E-zine | 18 | november 2008
 

UIT DE MEDIA

Terug naar E-zine 18

 
 
 

Realistisch rekenen niet goed voor meisjes?
De laatste maanden vindt er in de media een felle discussie plaats over falen of succes van het zogenaamde realistisch rekenen (schatten, een idee hebben van realistische maten en gewichten, meerdere oplossingsstrategieën). Jongeren zouden niet goed meer kunnen cijferen en dat zou – volgens een bepaalde groep experts – liggen aan de realistisch rekenmethode, die vanaf 1984 in ons land in het basisonderwijs is ingevoerd. Deze experts zijn voorstander van ouderwets of mechanistisch rekenen (standaardprocedure/stappenplan, één oplossingsstrategie). Andere experts zijn juist weer warme pleitbezorgers van het realistisch rekenen, zoals blijkt uit een ingezonden brief van 18 (emeritus-)hoogleraren in NRC van 27 oktober 2008.
Uit internationaal onderzoek blijkt dat Nederlandse meisjes significant (iets) minder goed presteren bij in rekenen-wiskunde dan jongens. Dat zou meisjes wel eens op achterstand kunnen zetten als het gaat om een schoolloopbaan in de richting van bèta/techniek.

Aanjager van de discussie was een onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs, waaruit bleek dat 23% van alle basisscholen als rekenzwak moet worden aangemerkt. Naar aanleiding daarvan laat staatssecretaris Dijksma momenteel een overzichtsstudie uitvoeren naar evaluatiegegevens van effectieve rekenmethodieken. De realistische methode, waarnaar in het inspectierapport wordt verwezen, wordt daarin meegenomen. Het onderzoek zal zich richten op beschikbare nationale en internationale onderzoeksgegevens, eventueel aangevuld met interviews met experts en praktijkmensen. Hopelijk wordt ook expliciet gekeken naar genderaspecten.

Uit een grootschalig onderzoek dat het Freudenthal Instituut, de ontwikkelaar van de realistische rekenmethode, in 1999 heeft gedaan naar de effecten van het rekenonderwijs voor meisjes en jongens, blijkt dat de vernieuwing van het rekenonderwijs is samengegaan met duidelijke verschillen in de rekenprestaties van meisjes en jongens, ten nadele van de meisjes. Realistisch rekenonderwijs mag dan wel beter onderwijs zijn dan mechanistisch rekenonderwijs, aldus de onderzoekster, maar het is blijkbaar niet het beste onderwijs voor meisjes. De onderzoekster wijt dit niet aan de methode, maar aan een verkeerde implementatie op sommige scholen. Dat er in andere landen geen verschil is tussen jongens en meisjes zou volgens de onderzoekster te maken kunnen hebben met het feit dat in dergelijke landen nog wordt gewerkt volgens de ‘ouderwetse’, mechanistische rekenmethode. Is die dan beter voor meisjes?

Uit internationaal onderzoek is bekend dat meisjes in vrijwel alle westerse landen minder zelfvertrouwen hebben t.a.v. exact dan jongens. Dat begint al in het basisonderwijs. Misschien heeft de realistische rekenmethode een negatieve invloed op dit geringere zelfvertrouwen, en is dat niet het geval bij mechanistisch rekenen met zijn standaard-procedures en zijn eenduidige oplossingstrategie.

Er is recenter (kleinschalig) onderzoek waaruit blijkt dat meisjes juist beter gaan rekenen met de realistische methode (promotieonderzoek Rudolf Timmermans, 2005). In dit onderzoek komt naar voren dat de meisjes die meededen er juist meer zelfvertrouwen door kregen. De onderzoeker plaatst hier wel kanttekeningen bij: er werd gewerkt in kleine groepjes en mogelijk hadden deze meisjes meer aanleg voor rekenen dan de jongens in de onderzoeksgroep. Bovendien kregen de meisjes die meededen aan dit onderzoek een training in deze manier van rekenen, waardoor eventuele onzekerheid is gereduceerd of weggenomen. Dit wijst in dezelfde richting als de opmerking van het Freudenthal Instituut dat de realistische rekenmethode op een aantal scholen misschien niet goed is geïmplementeerd.

Hopelijk geeft het onderzoek van staatssecretaris Dijksma over dit alles uitsluitsel. Meer zelfvertrouwen van meisjes op het gebied van exact leidt tot een grotere motivatie om in die richting verder te gaan en tot meer interesse voor exact, zoals een Amerikaanse onderzoekster onlangs heeft ontdekt (zie het onderzoek van Nadya Fouad onder het kopje 'Over de grens' in dit e-zine). Meer over het overheidsonderzoek naar de effecten van het Nederlandse rekenonderwijs in een volgend e-zine.

 


 
    COLOFON
VHTO, landelijk expertisebureau meisjes/vrouwen en bèta/techniek
T 020 888 4220
E vhto@vhto.nl
W www.vhto.nl

Dit e-zine is samengesteld met financiële ondersteuning van het Ministerie van OCW.

Heeft u suggesties, commentaar, ideeën? Laat het ons weten via vhto@vhto.nl

 
    AANMELDEN/AFMELDEN
Wilt u iemand aanmelden? stuur een mail naar subscribe@vhto.nl
Wilt u zich afmelden? stuur een mail naar unsubscribe@vhto.nl