![]() |
||
| E-zine | 18 | november 2008 | ||
|
UIT DE MEDIA |
|||
![]() |
Realistisch
rekenen niet goed voor meisjes? Aanjager van de discussie was een onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs, waaruit bleek dat 23% van alle basisscholen als rekenzwak moet worden aangemerkt. Naar aanleiding daarvan laat staatssecretaris Dijksma momenteel een overzichtsstudie uitvoeren naar evaluatiegegevens van effectieve rekenmethodieken. De realistische methode, waarnaar in het inspectierapport wordt verwezen, wordt daarin meegenomen. Het onderzoek zal zich richten op beschikbare nationale en internationale onderzoeksgegevens, eventueel aangevuld met interviews met experts en praktijkmensen. Hopelijk wordt ook expliciet gekeken naar genderaspecten. Uit een grootschalig onderzoek dat het Freudenthal Instituut, de ontwikkelaar van de realistische rekenmethode, in 1999 heeft gedaan naar de effecten van het rekenonderwijs voor meisjes en jongens, blijkt dat de vernieuwing van het rekenonderwijs is samengegaan met duidelijke verschillen in de rekenprestaties van meisjes en jongens, ten nadele van de meisjes. Realistisch rekenonderwijs mag dan wel beter onderwijs zijn dan mechanistisch rekenonderwijs, aldus de onderzoekster, maar het is blijkbaar niet het beste onderwijs voor meisjes. De onderzoekster wijt dit niet aan de methode, maar aan een verkeerde implementatie op sommige scholen. Dat er in andere landen geen verschil is tussen jongens en meisjes zou volgens de onderzoekster te maken kunnen hebben met het feit dat in dergelijke landen nog wordt gewerkt volgens de ‘ouderwetse’, mechanistische rekenmethode. Is die dan beter voor meisjes? Uit internationaal onderzoek is bekend dat meisjes in vrijwel alle westerse landen minder zelfvertrouwen hebben t.a.v. exact dan jongens. Dat begint al in het basisonderwijs. Misschien heeft de realistische rekenmethode een negatieve invloed op dit geringere zelfvertrouwen, en is dat niet het geval bij mechanistisch rekenen met zijn standaard-procedures en zijn eenduidige oplossingstrategie. Er is recenter (kleinschalig) onderzoek waaruit blijkt dat meisjes juist beter gaan rekenen met de realistische methode (promotieonderzoek Rudolf Timmermans, 2005). In dit onderzoek komt naar voren dat de meisjes die meededen er juist meer zelfvertrouwen door kregen. De onderzoeker plaatst hier wel kanttekeningen bij: er werd gewerkt in kleine groepjes en mogelijk hadden deze meisjes meer aanleg voor rekenen dan de jongens in de onderzoeksgroep. Bovendien kregen de meisjes die meededen aan dit onderzoek een training in deze manier van rekenen, waardoor eventuele onzekerheid is gereduceerd of weggenomen. Dit wijst in dezelfde richting als de opmerking van het Freudenthal Instituut dat de realistische rekenmethode op een aantal scholen misschien niet goed is geïmplementeerd. Hopelijk geeft het onderzoek van staatssecretaris Dijksma over dit alles uitsluitsel. Meer zelfvertrouwen van meisjes op het gebied van exact leidt tot een grotere motivatie om in die richting verder te gaan en tot meer interesse voor exact, zoals een Amerikaanse onderzoekster onlangs heeft ontdekt (zie het onderzoek van Nadya Fouad onder het kopje 'Over de grens' in dit e-zine). Meer over het overheidsonderzoek naar de effecten van het Nederlandse rekenonderwijs in een volgend e-zine.
|
|||
| COLOFON VHTO, landelijk expertisebureau meisjes/vrouwen en bèta/techniek T 020 888 4220 E vhto@vhto.nl W www.vhto.nl Dit e-zine is samengesteld met financiële ondersteuning van het Ministerie van OCW. Heeft u suggesties, commentaar, ideeën? Laat het ons weten via vhto@vhto.nl |
|||
| AANMELDEN/AFMELDEN Wilt u iemand aanmelden? stuur een mail naar subscribe@vhto.nl Wilt u zich afmelden? stuur een mail naar unsubscribe@vhto.nl |
|||