 |
|
Hulpdilemma beperkt carrièremogelijkheden van vrouwen in de
fysica
De definitie van het concept 'wetenschappelijk talent', zoals die
wordt gebezigd in de fysica, is aan herziening toe. De definitie is namelijk
een construct van de masculiene cultuur in dit wetenschappelijk werkveld
van de wetenschap en berust vooral op een aanname die net zo geaccepteerd
als achterhaald is in de mannencultuur zelf: talent bewijst zichzelf.
Dat is een van de conclusies uit het onderzoeksrapport van wetenschappers
van de afdeling Cultuur, Organisatie en Management van de Faculteit der
Sociale wetenschappen, dat medio januari is gepubliceerd. Centraal in
het onderzoek stond de vraag waarom vrouwen in de natuurkunde sneller
afhaken en, zeker in de hogere functies, in het werkveld ondervertegenwoordigd
zijn.
Zowel mannen als vrouwen in de natuurkunde zijn het erover eens: een groter
aandeel vrouwen in de fysica zal zorgen dat 'vrouwzijn' minder een issue
wordt, dat er meer vrouwelijke rolmodellen komen en dat er een beter werkklimaat
ontstaat. Stimuleringsfondsen voor dit doel leiden echter tot het zogeheten
'hulpdilemma': positieve actie is nodig, maar tegelijkertijd schadelijk
voor de vrouwen die hiervan gebruik maken. Want mannen, maar vooral vrouwen
zelf, staan kritisch tegenover speciale programma's voor vrouwen, omdat
onderzoekskwaliteiten zichzelf zouden moeten bewijzen. Uit interviews
kwam onder meer naar voren dat vrouwen die zonder 'speciale steun' hoogleraar
zijn geworden, gelden als positieve voorbeelden, terwijl degenen die wel
hulp ontvingen, hopen dat iedereen dat snel vergeet.
Bijzonder detail is dat het onderzoek ook laat zien dat hulp bij mannelijke
fysici onderling veel voorkomend en geaccepteerd is. Zo zien mannen het
verlenen van vriendendiensten en actief netwerken als logische carrière-instrumenten.
Deze opstapjes krijgen geen negatief label vanwege het vanzelfsprekende
karakter ervan. Volgens de onderzoekers ontstaat zo een paradox: mannen
krijgen effectieve carrièrebegeleiding, terwijl vrouwen op eigen
kracht hun carrière moeten opbouwen en dus extreem getalenteerd
en gemotiveerd moeten zijn, om een topfunctie te bereiken. In de dagelijkse
praktijk blijkt het begrip 'wetenschappelijke kwaliteit' een sociale constructie
van de mannencultuur: fysici meten kwaliteit met masculiene waarden. Het
beeld van de succesvolle wetenschapper is die van 'lonely hero at the
top', zelfverzekerd, recht door zee, zeer gemotiveerd en hooggetalenteerd.
Dat imago botst met de culturele beelden van vrouwen: zij communiceren
beter, maar wel veel minder direct. Daarnaast ziet men vrouwen als accuraat,
systematisch en zeer hard werkend, maar ook als minder zelfverzekerd.
Een en ander levert vrouwen een carrièretechnisch nadeel op: in
deze mannencultuur wordt motivatie namelijk afgelezen aan de mate waarin
je hardop durft te zeggen hoe goed je bent. Ook botst de wetenschappelijke
norm dat een fysicus meer dan fulltime beschikbaar moet zijn, met de Nederlandse
norm dat vrouwen parttime werken. Zelfs het idee dat fysica niets voor
vrouwen is, bestaat in Nederland nog steeds.
Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Commissie FOm/v van de
Stichting Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM), onder leiding van
dr. Lineke Stobbe. De primaire opdracht was de culturele beelden in kaart
te brengen die vrouwelijke natuurkundigen belemmeren in hun wetenschappelijke
carrière. Lineke Stobbe: 'Vrouwen in de fysische wetenschappen
hebben geen liefdadigheid nodig, maar gelijke kansen. Dat is nu niet het
geval. Vrouwen moeten nog steeds vechten tegen vooroordelen, én
tegelijkertijd beter en op eigen krachten presteren, terwijl mannen steevast
geholpen worden.'
Het rapport Images of science, scientific practice and femininity
amongst phycisists; a study on upward mobility of female phycisists in
the Netherlands kan worden aangevraagd bij de dienst Commincatie van
de VU, contactpersoon Karin Postelmans (020) 598 5645, k.postelmans@dienst.vu.nl
|
|