E-zine | 3 | maart 2005
 

UIT DE PERS

Terug naar E-zine 3

 
 
 

Meisjes scoren bij de Citotoets slechter in rekenen
Al zo'n twintig jaar scoren meisjes bij het onderdeel rekenen van de Citotoets slechter dan jongens. Ook begin 2005 was dit weer het geval. Nederland wijkt daarmee af van de meeste landen in de wereld. Volgens het Freudenthal Instituut, het expertisecentrum in reken- en wiskundeonderwijs dat verbonden is aan de Universiteit Utrecht, is het niet nodig dat deze situatie voortduurt. Het instituut heeft namelijk al in 1999, naar aanleiding van de resultaten van het zogenaamde Mooij-onderzoek, de 'Nascholingsmodule Meisjes-Jongens' samengesteld. Hierin wordt leerkrachten voorgehouden dat meisjes en jongens meestal verschillend omgaan met de aangeboden lesstof. Meisjes zijn over het algemeen wat onzekerder en braver. Daardoor doen ze het minder goed bij sommen waarbij een beetje lef goed uitkomt, zoals schatten en hoofdrekenen. Bij deze onderdelen heb je minder houvast aan regels en daar houden meisjes niet zo van. Jongens blijken over het algemeen ook meer losse getallenfeitjes te kennen dan meisjes. Bijvoorbeeld het gewicht van een baby: 'tussen de 300 en 500 pond?', vraagt een meisje; '3 kilo of zo', zegt een jongen. Het Mooij-onderzoek geeft hiervoor als verklaring dat meisjes meer gericht zijn op de kwalitatieve dan de kwantitatieve aspecten van hun omgeving.
Ook een veilige leeromgeving speelt een rol bij de rekenprestaties van meisjes. Op scholen waar jongens en meisjes even goed zijn in rekenen bestaat een strikte sociale regels. Er heerst een ordelijke sfeer en er wordt niet gelachen om foute antwoorden.
Het is dus bekend waarom meisjes slechter presteren en er is een cursus om dit probleem aan te pakken. Er is echter weinig animo voor deze cursus. Cursussen over pesten en ADHD zijn veel populairder. Als leerkrachten al een vakinhoudelijke nascholingscursus volgen is dat er eerder een over lees- en taalonderwijs dan over rekenen, laat staan over meisjes en rekenen. Veel leerkrachten zijn ervan overtuigd dat zij geen onderscheid maken tussen jongens en meisjes of ze vinden het juist logisch dat dergelijke verschillen bestaan. Een vrouwelijke leerkracht die de cursus volgde merkte op: 'Toen ik eens kritisch naar mijn eigen manier van lesgeven ging kijken moest ik eerlijk toegeven dat ik geneigd was om de moeilijke sommen door jongens te laten oplossen, gewoon omdat ik dacht dat zij dat beter aan zouden kunnen. Dat doe ik nu niet meer, ik geef nu bewust de meisjes ook een beurt. En dan geef ik ze ook wat meer tijd om over het antwoord na te denken. Het leuk is dat ik zie dat het werkt. De meisjes presteren nu echt beter.'

Uit: NRC Handelsblad, 4/5 december 2004
Zie ook hier dd. 21 januari 2005

 
    COLOFON
VHTO, expertisebureau meisjes/vrouwen en bèta/techniek
T 020 652 1295
E vhto@vhto.nl
W www.vhto.nl
Foto: Jos Poeder, Delft

Dit e-zine is samengesteld met financiële ondersteuning van het Ministerie van OCW.

Heeft u suggesties, commentaar, ideeën? Laat het ons weten vhto@vhto.nl

 
    AANMELDEN/AFMELDEN
Wilt u iemand aanmelden? Klik op subscribe@vhto.nl
Wilt u zich afmelden? Klik op unsubscribe@vhto.nl