 |
|
Meisjes scoren bij de Citotoets slechter in rekenen
Al zo'n twintig jaar scoren meisjes bij het onderdeel rekenen van
de Citotoets slechter dan jongens. Ook begin 2005 was dit weer het geval.
Nederland wijkt daarmee af van de meeste landen in de wereld. Volgens
het Freudenthal Instituut, het expertisecentrum in reken- en wiskundeonderwijs
dat verbonden is aan de Universiteit Utrecht, is het niet nodig dat deze
situatie voortduurt. Het instituut heeft namelijk al in 1999, naar aanleiding
van de resultaten van het zogenaamde Mooij-onderzoek, de 'Nascholingsmodule
Meisjes-Jongens' samengesteld. Hierin wordt leerkrachten voorgehouden
dat meisjes en jongens meestal verschillend omgaan met de aangeboden lesstof.
Meisjes zijn over het algemeen wat onzekerder en braver. Daardoor doen
ze het minder goed bij sommen waarbij een beetje lef goed uitkomt, zoals
schatten en hoofdrekenen. Bij deze onderdelen heb je minder houvast aan
regels en daar houden meisjes niet zo van. Jongens blijken over het algemeen
ook meer losse getallenfeitjes te kennen dan meisjes. Bijvoorbeeld het
gewicht van een baby: 'tussen de 300 en 500 pond?', vraagt een meisje;
'3 kilo of zo', zegt een jongen. Het Mooij-onderzoek geeft hiervoor als
verklaring dat meisjes meer gericht zijn op de kwalitatieve dan de kwantitatieve
aspecten van hun omgeving.
Ook een veilige leeromgeving speelt een rol bij de rekenprestaties van
meisjes. Op scholen waar jongens en meisjes even goed zijn in rekenen
bestaat een strikte sociale regels. Er heerst een ordelijke sfeer en er
wordt niet gelachen om foute antwoorden.
Het is dus bekend waarom meisjes slechter presteren en er is een cursus
om dit probleem aan te pakken. Er is echter weinig animo voor deze cursus.
Cursussen over pesten en ADHD zijn veel populairder. Als leerkrachten
al een vakinhoudelijke nascholingscursus volgen is dat er eerder een over
lees- en taalonderwijs dan over rekenen, laat staan over meisjes en rekenen.
Veel leerkrachten zijn ervan overtuigd dat zij geen onderscheid maken
tussen jongens en meisjes of ze vinden het juist logisch dat dergelijke
verschillen bestaan. Een vrouwelijke leerkracht die de cursus volgde merkte
op: 'Toen ik eens kritisch naar mijn eigen manier van lesgeven ging kijken
moest ik eerlijk toegeven dat ik geneigd was om de moeilijke sommen door
jongens te laten oplossen, gewoon omdat ik dacht dat zij dat beter aan
zouden kunnen. Dat doe ik nu niet meer, ik geef nu bewust de meisjes ook
een beurt. En dan geef ik ze ook wat meer tijd om over het antwoord na
te denken. Het leuk is dat ik zie dat het werkt. De meisjes presteren
nu echt beter.'
Uit: NRC Handelsblad, 4/5 december 2004
Zie ook hier
dd. 21 januari 2005
|
|
| |
|
COLOFON
VHTO, expertisebureau meisjes/vrouwen en bèta/techniek
T 020 652 1295
E vhto@vhto.nl
W www.vhto.nl
Foto: Jos Poeder, Delft
Dit e-zine is samengesteld met financiële ondersteuning van het
Ministerie van OCW.
Heeft u suggesties, commentaar, ideeën? Laat het ons weten vhto@vhto.nl
|
|