 |
|
OECD-conferentie
over dalende instroom in bèta/techniek
Een van de onderwerpen waaraan de OECD aandacht besteedt is
human resources in bèta en techniek. In dat kader is de teruglopende
instroom in opleidingen op deze gebieden een van de prioriteiten. Dit
was tevens het onderwerp van de OECD-conferentie die medio november
plaatsvond op Nederlands grondgebied en in samenwerking met het Nederlandse
Ministerie van OCW. Een van de vijf werkgroepen tijdens het middagprogramma
ging specifiek over ‘Gender and minorities issues’, maar
ook in lezingen, (forum)discussies en werksessies kwam het genderaspect
opmerkelijk vaak ter sprake.
Leren van andere landen
Minister Maria van der Hoeven van OCW zei in haar openingswoord dat
Nederland in vergelijking met de andere Europese landen minder bèta-
en techniekstudenten heeft en dat zij hoopte tijdens de conferentie
te leren van ervaringen van andere landen. Speciale aandacht is in dit
opzicht nodig voor meisjes. Nederlandse leerlingen moeten niet te vroeg
voor keuzes komen te staan die verdragende gevolgen hebben. Disciplines
moeten samenwerken, exacte vakken moeten niet moeilijker worden voorgesteld
dan ze zijn en docenten exact moeten zich verdiepen in de vraag: hoe
kan ik mijn vak aantrekkelijk maken voor jongeren? Het aanbod aan bèta/technische
opleidingen moet worden verbreed; niet iedereen wil het onderzoek in.
Initiatieven uit het bedrijfsleven als Jet-Net verdienen navolging.
Bedrijven en instellingen (universiteiten) moeten laten zien dat ze
wetenschappers en ingenieurs waarderen door hen goede vooruitzichten
te bieden, maar ook goede arbeidsvoorwaarden die de combinatie werk-zorg
vergemakkelijken, wat vooral ook belangrijk is voor vrouwen.
Cijfertrends
Laudeline Auriol van de OECD presenteerde cijfers van 18 landen, waaronder
Nederland, over de periode 1985-2003. In het algemeen blijkt dat de
instroom in wiskunde en natuurwetenschappen het meest is gedaald en
dat die in de computerwetenschappen juist overal is toegenomen. Die
laatste toename blijkt in Nederland relatief gering en de instroom in
alle andere genoemde bèta/technische opleidingen is in Nederland
gedaald. In vergelijking met ons land heeft Portugal het prima gedaan:
alle opleidingen zitten ruim boven de nullijn.
High Level Group
De Portugese collega van minister Van der Hoeven, Jose-Mariano Gago,
was tussen 2002 en 2004 voorzitter van de High Level Group (HLG) on
Human Resources for Science and Technology in Europe. Hij liet zien
dat de doelen die de regeringshoofden zich op de EU-top in 2002 in Barcelona
hebben gesteld niet binnen redelijke tijd – en zeker niet in 2010
– worden gehaald als er geen verandering optreedt in de huidige
trends. Het is zelfs niet ondenkbaar dat het aantal gepromoveerde wetenschappen
in enkele natuurwetenschappelijke en technologische disciplines in de
toekomst daalt. De HLG noemt vijf voorwaarden waaronder Europa de VS
en Japan, die het wel goed doen, weer zou kunnen inhalen. De derde voorwaarde
luidt: ‘if more women were involved in R&D’. Het aandeel
vrouwen met een bèta/technische loopbaan is volgens de HLG in
veel Europese landen onacceptabel laag. Europa kan volgens de HLG de
human resources die nodig zijn om de doelen van de EU-top te halen nooit
mobiliseren als het geen wegen vindt om deze anachronistische genderongelijkheid
weg te werken. Verder vindt de HLG het onbegrijpelijk dat Europese landen
in deze tijd, de 21ste eeuw, en met behoefte aan zowel innovatie als
een toename van het aantal geboorten nog steeds geen prioriteit geven
aan voor iedereen toegankelijke kinderopvang en scholen die de hele
dag open zijn.
Andere hoofdlijnen van de (vele) aanbevelingen van de HLG betreffen
verbetering van het bèta/technisch onderwijs (zoals: fundamentele
ideeën onderwijzen mét hun context en implicaties) en verbetering
van de loopbaanoriëntatie en -begeleiding (vooral in leeftijdsfasen
waarin jongeren belangrijke keuzes voor hun toekomst moeten maken).
Veelbelovende bronnen
In de werksessie over gender en minderheden werd geconstateerd dat vrouwen
en etnische minderheden in de hele wereld sterk zijn ondervertegenwoordigd
in bèta en techniek, en dat deze groepen tegelijkertijd de meest
veelbelovende bronnen zijn om het aantal mensen dat kiest voor een loopbaan
in die richtingen te doen toenemen. Daarbij is vroeg ingrijpen (niet
later dan bij 11-14 jaar) noodzakelijk.
De ondervertegenwoordiging van deze groepen is een onderwerp dat dwars
door alle andere onderwerpen op de conferentie heen liep. Er zijn dan
ook aanbevelingen geformuleerd op het gebied van de onderwerpen van
de andere werksessies:
- Beeldvorming: inschakelen rolmodellen, mentoring, keuzeondersteuning
e.a.
- Loopbaan: verschillende loopbaanpaden duidelijk maken (niet alleen
onderzoek), loopbaanbegeleiders en -adviseurs trainen in gender/minorities
awareness, werk-zorg-faciliteiten bieden, erkenning en beloning voor
vrouwen die bereid zijn als rolmodel op te treden e.a.
- Curricula: verscheidenheid in onderwijsmethoden (niet one-size-fits-all),
maatschappelijk nut/probleemoplossing/multidisciplinariteit van studieonderwerpen,
studiemateriaal screenen op minderheden- en genderinclusiviteit e.a.
- Lerarenopleidingen en na/bijscholing: meer aandacht voor gender
en etnische minderheden, werken aan meer diversiteit in de groep bèta/techniekdocenten
e.a.
Cijfers bijhouden
De eerste aanbeveling van deze werksessie is: meten is weten, dus cijfers
bijhouden! Ook netwerkvorming, zowel op nationaal als internationaal
niveau, wordt sterk aanbevolen. Verder is onder andere coördinatie
nodig op het gebied van het verzamelen van cijfers, de verspreiding
van good practices en verdere communicatie over de ondervertegenwoordiging
van vrouwen en etnische minderheden binnen de OECD, de EU, nationale
regeringen, het bedrijfsleven, wetenschappelijke instellingen enz.
Alle lezingen en de resultaten van de werksessies zijn (voorlopig nog)
te vinden op de website van de conferentie: www.caos.nl/ocw
|
|