| Sekseverschillen
bèta/techniekkeuze
De afgelopen jaren heeft Annemarie van Langen onderzoek gedaan
naar de achterblijvende deelname van bepaalde groepen jongeren aan exacte
vakken/natuurprofielen in het voortgezet onderwijs (vwo/havo) en –
in het verlengde daarvan – aan exacte/technische studierichtingen
in het hoger onderwijs. Daarbij heeft zij gekeken naar het spanningsveld
van de reproductiefunctie (de betreffende vorm van maatschappelijke
ongelijkheid wordt door het onderwijs gereproduceerd) versus het meritocratische
gehalte van het onderwijs (de ongelijkheid komt voort uit verschillen
in persoonlijke capaciteiten). Van Langen concludeert dat er nog steeds
een duidelijke relatie bestaat tussen achtergrondkenmerken van leerlingen
en studenten (sekse, sociaal en etnisch milieu e.d.) en de mate waarin
zij exact kiezen. Dit heeft tot gevolg dat de bestaande maatschappelijke
ongelijkheid op dat gebied ten minste gedeeltelijk via het onderwijs
wordt gereproduceerd. Bovendien wordt daardoor niet optimaal gebruik
gemaakt van het aanwezige bètatalent.
Chronologisch proces
Uit het onderzoek van Van Langen blijkt dat vóór de invoering
van de profielen in het havo en vwo de exacte-vakkenkeuze van jongens
niet werd beïnvloed door hun etnische of sociale achtergrond, maar
dat dit bij meisjes wel het geval was. Autochtone vwo-meisjes met hoog
opgeleide ouders kozen ongeveer evenveel exacte vakken als autochtone
jongens in het algemeen. Autochtone meisjes met laag opgeleide ouders
kozen nauwelijks voor exact, terwijl allochtone meisjes juist vaker
voor exact kozen naarmate hun ouders lager waren opgeleid. Bij een onderzoek
onder enkel vwo-leerlingen bleek bovendien dat het belangrijk is de
vakkenkeuze als een chronologisch proces te zien dat voor jongens en
meisjes anders verloopt. Dit bevestigt dat het verstandig is het keuzeproces
van meisjes (en jongens) te benaderen als een traject, zoals de VHTO
al in de jaren ’90 benadrukte (zie bijvoorbeeld de Topics-editie
De voorlichter voorgelicht van oktober 1997).
Expliciete stimulering
Een analyse van de latere profielkeuzes laat zien dat de sekse van de
leerling en het opleidingsniveau van de ouders nog steeds een belangrijke
rol spelen: jongens en kinderen van hoog opgeleide ouders kiezen exacter
dan meisjes en kinderen van laag opgeleide ouders. Verschillen tussen
scholen blijken terug te voeren op de mate waarin scholen de keuze voor
een natuurprofiel expliciet stimuleren. Een steuntje in de rug voor
Bètapartner-scholen, Universum-scholen en Technasia.
Uit een vergelijkend diepteonderzoek tussen Nederland, Zweden, Groot-Brittannië
en de Verenigde Staten blijkt dat het percentage hoger-onderwijsstudenten
dat een bètastudie volgt in Zweden het hoogst is en in de VS
het laagst; Nederland komt op de derde plaats. Wat betreft het percentage
vrouwen onder de bètastudenten komt Zweden weer op de eerste
plaats en Nederland op de laatste. Een bètastudie blijkt voor
vrouwen aantrekkelijker naarmate in een land de vrouwenemancipatie en
het genderbewustzijn verder zijn gevorderd en het gebruikelijker of
noodzakelijker is dat ook vrouwen met kinderen volledig participeren
op de arbeidsmarkt.
Prestatie-achterstand
Uit een kwantitatief onderzoek naar cross-nationale verschillen in de
deelname van vrouwen aan bètastudies blijkt dat hoe groter de
prestatie-achterstand van meisjes t.o.v. jongens in de bètavakken
in het vo is, des te meer zij zijn ondervertegenwoordigd in bètastudies
in het hoger onderwijs. Factoren die daarbij van invloed blijken te
zijn, zijn plattelandsscholen (gunstiger) versus scholen in stedelijke
gebieden, de gemiddelde prestaties van leerlingen (hoe hoger des te
kleiner de prestatie-achterstand van meisjes t.o.v. jongens) en de mate
van differentiatie van het onderwijssysteem (hoe meer gedifferentieerd
des te groter de prestatie-achterstand van meisjes). Van de onderzochte
42 landen heeft Canada het meest geïntegreerde en België het
meest gedifferentieerde onderwijssysteem. Nederland heeft een redelijk
gedifferentieerd systeem (29ste plaats, als we Canada op nummer 1 zetten).
Diepgaander onderzoek
Annemarie van Langen vindt dat er diepgaander onderzoek nodig is naar
de motivatie van meisjes die ondanks hoge wiskundeprestaties en rapportcijfers
toch niet kiezen voor het profiel natuur & techniek. Zij pleit in
het algemeen voor het verzamelen van meer informatie over het verloop
van de overgang van Nederlands secundair naar tertiair onderwijs van
leerlingen met verschillende profielen. Zo vraagt zij zich af of N&G
wellicht een ‘te licht’ profiel is voor een exacte vervolgstudie
waardoor N&G-gediplomeerden beginnen met een achterstand, dan wel
of het juist hun capaciteiten zijn bij het begin van het profielonderwijs
die hun succes in het exacte tertiaire onderwijs voorspellen.
Annemarie van Langen, Unequal participation in mathematics and
science education. Proefschrift, Nijmegen, 1 november 2005.
|