E-zine | 5 ] juni 2005
 

ONDERZOEK

Terug naar E-zine 5

 
 
 

Sekseverschillen bèta/techniekkeuze
De afgelopen jaren heeft Annemarie van Langen onderzoek gedaan naar de achterblijvende deelname van bepaalde groepen jongeren aan exacte vakken/natuurprofielen in het voortgezet onderwijs (vwo/havo) en – in het verlengde daarvan – aan exacte/technische studierichtingen in het hoger onderwijs. Daarbij heeft zij gekeken naar het spanningsveld van de reproductiefunctie (de betreffende vorm van maatschappelijke ongelijkheid wordt door het onderwijs gereproduceerd) versus het meritocratische gehalte van het onderwijs (de ongelijkheid komt voort uit verschillen in persoonlijke capaciteiten). Van Langen concludeert dat er nog steeds een duidelijke relatie bestaat tussen achtergrondkenmerken van leerlingen en studenten (sekse, sociaal en etnisch milieu e.d.) en de mate waarin zij exact kiezen. Dit heeft tot gevolg dat de bestaande maatschappelijke ongelijkheid op dat gebied ten minste gedeeltelijk via het onderwijs wordt gereproduceerd. Bovendien wordt daardoor niet optimaal gebruik gemaakt van het aanwezige bètatalent.

Chronologisch proces
Uit het onderzoek van Van Langen blijkt dat vóór de invoering van de profielen in het havo en vwo de exacte-vakkenkeuze van jongens niet werd beïnvloed door hun etnische of sociale achtergrond, maar dat dit bij meisjes wel het geval was. Autochtone vwo-meisjes met hoog opgeleide ouders kozen ongeveer evenveel exacte vakken als autochtone jongens in het algemeen. Autochtone meisjes met laag opgeleide ouders kozen nauwelijks voor exact, terwijl allochtone meisjes juist vaker voor exact kozen naarmate hun ouders lager waren opgeleid. Bij een onderzoek onder enkel vwo-leerlingen bleek bovendien dat het belangrijk is de vakkenkeuze als een chronologisch proces te zien dat voor jongens en meisjes anders verloopt. Dit bevestigt dat het verstandig is het keuzeproces van meisjes (en jongens) te benaderen als een traject, zoals de VHTO al in de jaren ’90 benadrukte (zie bijvoorbeeld de Topics-editie De voorlichter voorgelicht van oktober 1997).

Expliciete stimulering
Een analyse van de latere profielkeuzes laat zien dat de sekse van de leerling en het opleidingsniveau van de ouders nog steeds een belangrijke rol spelen: jongens en kinderen van hoog opgeleide ouders kiezen exacter dan meisjes en kinderen van laag opgeleide ouders. Verschillen tussen scholen blijken terug te voeren op de mate waarin scholen de keuze voor een natuurprofiel expliciet stimuleren. Een steuntje in de rug voor Bètapartner-scholen, Universum-scholen en Technasia.
Uit een vergelijkend diepteonderzoek tussen Nederland, Zweden, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten blijkt dat het percentage hoger-onderwijsstudenten dat een bètastudie volgt in Zweden het hoogst is en in de VS het laagst; Nederland komt op de derde plaats. Wat betreft het percentage vrouwen onder de bètastudenten komt Zweden weer op de eerste plaats en Nederland op de laatste. Een bètastudie blijkt voor vrouwen aantrekkelijker naarmate in een land de vrouwenemancipatie en het genderbewustzijn verder zijn gevorderd en het gebruikelijker of noodzakelijker is dat ook vrouwen met kinderen volledig participeren op de arbeidsmarkt.

Prestatie-achterstand
Uit een kwantitatief onderzoek naar cross-nationale verschillen in de deelname van vrouwen aan bètastudies blijkt dat hoe groter de prestatie-achterstand van meisjes t.o.v. jongens in de bètavakken in het vo is, des te meer zij zijn ondervertegenwoordigd in bètastudies in het hoger onderwijs. Factoren die daarbij van invloed blijken te zijn, zijn plattelandsscholen (gunstiger) versus scholen in stedelijke gebieden, de gemiddelde prestaties van leerlingen (hoe hoger des te kleiner de prestatie-achterstand van meisjes t.o.v. jongens) en de mate van differentiatie van het onderwijssysteem (hoe meer gedifferentieerd des te groter de prestatie-achterstand van meisjes). Van de onderzochte 42 landen heeft Canada het meest geïntegreerde en België het meest gedifferentieerde onderwijssysteem. Nederland heeft een redelijk gedifferentieerd systeem (29ste plaats, als we Canada op nummer 1 zetten).

Diepgaander onderzoek
Annemarie van Langen vindt dat er diepgaander onderzoek nodig is naar de motivatie van meisjes die ondanks hoge wiskundeprestaties en rapportcijfers toch niet kiezen voor het profiel natuur & techniek. Zij pleit in het algemeen voor het verzamelen van meer informatie over het verloop van de overgang van Nederlands secundair naar tertiair onderwijs van leerlingen met verschillende profielen. Zo vraagt zij zich af of N&G wellicht een ‘te licht’ profiel is voor een exacte vervolgstudie waardoor N&G-gediplomeerden beginnen met een achterstand, dan wel of het juist hun capaciteiten zijn bij het begin van het profielonderwijs die hun succes in het exacte tertiaire onderwijs voorspellen.

Annemarie van Langen, Unequal participation in mathematics and science education. Proefschrift, Nijmegen, 1 november 2005.

 
    COLOFON
VHTO, landelijk expertisebureau meisjes/vrouwen en bèta/techniek
T 020 6521295
E vhto@vhto.nl
W www.vhto.nl

Dit e-zine is samengesteld met financiële ondersteuning van het Ministerie van OCW.

Heeft u suggesties, commentaar, ideeën? Laat het ons weten via vhto@vhto.nl

 
    AANMELDEN/AFMELDEN
Wilt u iemand aanmelden? stuur een mail naar subscribe@vhto.nl
Wilt u zich afmelden? stuur een mail naar unsubscribe@vhto.nl