Waarom kiezen er meer jongens dan meisjes een natuurprofiel (havo/vwo) of de sector techniek (vmbo) dan meisjes?
De laatste decennia hebben meisjes de onderwijsachterstand die zij hadden op jongens, ingehaald. Aan de hogere onderwijsniveaus nemen zelfs iets meer meisjes dan jongens deel. Maar meisjes en jongens maken wel nog steeds traditionele schoolloopbaankeuzes. Meisjes kiezen veel minder voor bèta en techniek dan jongens, ook als zij duidelijk talent hebben op dat gebied. Hierbij spelen de volgende factoren een rol:
- Meisjes hebben minder zelfvertrouwen op het gebied van leergebieden/vakken die bij de bèta/techniekrichting horen dan jongens. Dat begint al op de basisschool. Het realistisch rekenen op de basisschool werkt de onzekerheid van meisjes op dat gebied in de hand.
- Meisjes hebben minder dan jongens het idee dat deze leergebieden/vakken nuttig zijn voor hun verdere (school)loopbaan.
- Meisjes hebben minder zicht op wat werken in bèta en techniek kan inhouden.
- Meisjes hebben in tegenstelling tot jongens nauwelijks tot geen rolmodellen op het gebied van bèta en techniek.
Het onderwijs is dé plek om hieraan iets te veranderen, bijvoorbeeld:
- Het zelfvertrouwen van meisjes t.a.v. bèta/techniek/ict vergroten.
- Voorlichtingsactiviteiten over bèta/techniek organiseren die ook voor meisjes leuk en interessant zijn.
- Meisjes kennis laten maken met (vrouwelijke) beroepsbeoefenaren uit de wereld van bèta/techniek/ict en (vrouwelijke) studenten van bèta/technische opleidingen.
- Ook de ouders goed voorlichten over bèta/techniek.
- Ervoor zorgen dat inhoud en didactiek van de bèta/technische opleidingen aantrekkelijk en studeerbaar zijn voor zowel meisjes als jongens.
- Studenten m/v begeleiden bij het afronden van hun bèta/technische opleiding en hun entree op de arbeidsmarkt.

