U bent hier:
- Home
- Informatie voor
- Ouders
- Meer meisjes
Waarom is het belangrijk dat er meer meisjes kiezen voor bèta/techniek/ict?
- Het is belangrijk voor de meisjes zelf: natuurlijk is het niet de bedoeling dat meisjes worden gedwongen om voor een bèta/technische/ict-opleiding te kiezen, als ze daar niet in geïnteresseerd zijn. Maar er is een grote groep meisjes die wel degelijk interesse heeft voor bèta/techniek, maar er toch niet voor kiest hierin verder te gaan. Dat komt doordat veel meisjes nauwelijks tot geen beeld hebben van hetgeen bèta/technische studies en beroepen/functies zoal inhouden. Ook kennen ze meestal geen voorbeelden van bèta/technische vrouwen uit hun omgeving. Verder zijn veel meisjes onzeker over hun eigen competenties op het gebied van de exacte vakken, terwijl ze in werkelijkheid even goed in die vakken zijn als jongens, of zelfs beter. Ouders, docenten en decanen zijn soms meer geneigd een meisje dat wel wat voelt voor een bèta/technische opleiding te ontmoedigen dan aan te moedigen. Omdat meisjes vaak toch al meer twijfels hebben dan jongens als het gaat om een toekomst in bèta/techniek (vanwege de hiervoor geschetste omstandigheden), haken zij al snel af als aanmoediging uitblijft. Hun keuzemogelijkheden worden door dit alles beperkt ten opzichte van die van jongens.
- Het is belangrijk voor de economie: meisjes en vrouwen vormen een aanzienlijk potentieel voor bèta/technische opleidingen en functies. Sinds circa 1990 kwamen er langzaam maar gestaag meer vrouwelijke studenten in de technische mbo/hbo/wo-opleidingen. Maar sinds 2000 dalen die percentages weer. Ook vergeleken met andere landen blijft Nederland achter met de participatie van vrouwen in bèta en techniek. Op zich is het relatief kleine aantal meisjes en vrouwen in bèta en techniek niets nieuws in Nederland. Maar het wordt nu wel een steeds urgenter economisch probleem. De overheid verwacht namelijk een tekort van 120.000 kenniswerkers op de middellange termijn. En de bèta’s en technici heb je wel nodig om bij de Europese voorhoede te horen op het terrein van onderwijs, onderzoek en innovatie. Bovendien blijkt dat evenwichtig samengestelde teams beter presteren en op veranderingen kunnen inspelen.