Digitale Studiekeuze Coach
De afgelopen jaren heeft Josje Knoop (momenteel coördinator van het Pre University College aan de Technische Universiteit Eindhoven) promotieonderzoek gedaan naar de relatie tussen studiekeuzeadviezen en studiekeuze. Zij was in die tijd studentenadviseur bij de TU/e. Veel Nederlandse studenten haken al in het eerste jaar van hun opleiding af, omdat ze zich hebben vergist in de aard van de opleiding.
Knoop ontwikkelde een Digitale Studiekeuze Coach (DSC) en ging daarmee met een aantal 5- en 6vwo-klassen aan de slag. In totaal deden er 385 scholieren mee. Van hen zijn er later 160 in hun eerste jaar aan de TU/e gevolgd. Daarbij bleek dat scholieren die het advies van de DSC volgden het eerste studiejaar beter volhielden dan andere vwo’ers. Uit het onderzoek kwam ook naar voren dat veel meisjes van de DSC het advies kregen een technische snijvlakopleiding te gaan volgen, zoals Technische Innovatiewetenschappen of Biomedische Technologie, of de opleiding Bouwkunde, die vanouds al aardig wat meisjes trekt. Veel jongens kregen juist van de DSC te horen dat Technische Natuurkunde, Elektrotechniek of Werktuigbouwkunde beter bij hen past.
Voor de Digitale Studiekeuze Coach stelde Josje Knoop twee vragenlijsten en een reeks opdrachten samen die via internet toegankelijk zijn. In de ‘Lijst Studiegerichtheid’ staan stellingen als ‘Ik lig meestal op schema met mijn huiswerk’ en ‘Ik houd ervan om problemen vanuit verschillende invalshoeken te bekijken’. Daarop kan de leerling antwoorden met ‘ja’ of ‘nee’. De antwoorden geven een beeld van de studiebekwaamheden van de leerling. De ‘TU/e Opleidingenwijzer’ bestaat uit tien maatschappelijk relevante casussen, zoals het fileprobleem, de wachtlijsten in de gezondheidszorg en sport&gezondheid. Voor elk van de tien casussen is in een zin of enkele zinnen beschreven vanuit welke invalshoek ingenieurs van de diverse TU/e-disciplines hiermee bezig zijn. Leerlingen kunnen aanvinken welke invalshoek(en) hen aanspreken. Het materiaal voor de opleidingenwijzer is aangeleverd door bachelorstudenten van e verschillende opleidingen.
De opzet – cases met invalshoeken vanuit verschillende technische disciplines – is een mooie vondst. Wel geeft de toeleiding van meisjes naar de ‘zachtere’ en jongens naar de ‘hardere’ technische opleidingen aanleiding tot nadere overdenking. Het is mogelijk dat bachelors van de traditionele opleidingen voorbeelden geven die hetzelfde type jongeren als zij zelf zijn (jongens met een fascinatie voor techniek) aanspreekt en dat de bachelors van de snijvlakopleidingen voorbeelden geven die een bredere doelgroep, waaronder meisjes, aanspreekt. Op die manier zou de DSC sekseverschillen in studiekeuzes – ook al zijn het nu allemaal technische studies - reproduceren.

