Internationaal onderzoek Microsoft naar interesse meisjes voor STEM

08 maart 2017

Op 7 maart heeft Microsoft in Nederland een onderzoek (‘Why Europe's girls aren't studying STEM’) gepubliceerd naar interesse van Europese meisjes in STEM (Science, Technology, Engineering and Mathematics). Het onderzoek is uitgevoerd in 12 Europese landen, waaronder Nederland. Interesse in STEM onderwerpen en een interesse in een carrière in STEM werd gemeten bij 11.500 meisjes/vrouwen van 11 tot 30 jaar. Een van de belangrijkste bevindingen is dat interesse in STEM in alle deelnemende landen rond dezelfde leeftijd toeneemt (tussen 11 en 12 jaar) en afneemt (rond het 15de levensjaar). Er lijkt dus een kansrijke periode of ‘window of opportunity’ van vier jaar te zijn waarin het extra belangrijk is om meisjes te enthousiasmeren voor STEM.

Ook werd in het onderzoek gekeken naar de factoren die invloed hebben op het ontwikkelen van interesse voor STEM bij meisjes. De vijf factoren die volgens het onderzoek de grootste rol spelen zijn:
1. Rolmodellen waar meisjes zich mee kunnen identificeren: De ondervraagde meisjes noemden vaak een gebrek aan STEM rolmodellen als belangrijke reden om geen STEM carrière te vervolgen. Met name in Nederland hebben weinig meisjes het gevoel dat er rolmodellen zijn met wie ze zich kunnen identificeren.
2. Praktische ervaring en creatieve opdrachten: Hoe meer praktische, ‘hands-on’ STEM ervaringen meisjes hadden opgedaan, hoe hoger hun interesse voor STEM. Ook worden meisjes vooral enthousiast van opdrachten waar ze creatief in kunnen zijn/waar ze zelf invulling aan kunnen geven.
3. Aanmoediging van mentoren/leerkrachten: Meisjes die op school door leerkrachten en mentoren actief aangemoedigd worden op het gebied van STEM voelen zich later meer aangetrokken tot een carrière in STEM.
4. Duidelijke toepassing en maatschappelijk nut: Meisjes worden meer geïnteresseerd in STEM wanneer het duidelijk is wat ze met STEM kunnen doen, hoe STEM toegepast kan worden in de praktijk, en op welke manier het relevant kan zijn voor hun eigen toekomst. Slechts een kwart van de Nederlandse meisjes gaf aan te weten hoe STEM bij kan dragen aan hun eigen leven en toekomst (ten opzichte van bijvoorbeeld 62% in Finland).
5. Vertrouwen in gelijkheid op de werkvloer: Jonge vrouwen die het vertrouwen hebben dat mannen en vrouwen in STEM gelijk behandeld worden geven vaker aan een carrière in STEM te overwegen dan vrouwen die dit vertrouwen niet hebben.

Deze bevindingen sluiten aan bij de ‘10 Inzichten’ die VHTO eerder publiceerde: 10 factoren die bijdragen aan de gender-onbalans in het hoger onderwijs. Kijk hier voor het volledige Microsoft onderzoek.