Cijfers vmbo

Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) is een van de vormen van voortgezet onderwijs in Nederland. Ongeveer 50% tot 60% van de basisschoolleerlingen gaat naar het vmbo. Aan het eind van de 2e schooljaar kiest elke vmbo-leerling een leerweg en een profiel. Er zijn 4 leerwegen in het vmbo: theoretische leerweg (vmbo-t), gemengde leerweg, kaderberoepsgerichte leerweg en beroepsgerichte leerweg.Elke leerweg biedt andere doorstroommogelijkheden naar het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). De basisberoepsgerichte leerweg leidt op naar mbo-opleidingen op niveau 2. De kaderberoepsgerichte, gemengde en theoretische leerwegen bereiden leerlingen voor op mbo-opleidingen op niveau 3 en 4 (en havo). Behalve een leerweg kiezen vmbo-leerlingen voor profiel. Vanaf het studiejaar 2016-2017 zijn er in de basisberoepsgerichte, de kaderberoepsgerichte en de gemengde leerweg 10 profielen: Bouwen, wonen en interieur; Produceren, installeren en energie; Mobiliteit en transport; Media, vormgeving en ICT; Maritiem en techniek; Zorg en welzijn; Economie en ondernemen; Horeca, bakkerij en recreatie; Groen; Dienstverlening en producten. In de theoretische leerweg zijn er 4 profielen: Techniek; Zorg en welzijn; Economie en Landbouw.

Cijfers

Binnen de basisberoepsgerichte leerweg (vmbo-bb), kaderberoepsgerichte leerweg (vmbo-kb) en gemengde leerweg (vmbo-gl) stabiliseert de trend van het aandeel leerlingen dat in het derde leerjaar kiest voor een bètatechnische richting zich na een flinke daling. Bij vmbo-bb en vmbo-kb is er - in tegenstelling tot de algemene dalende trend - bij meisjes juist een stijgende trend zichtbaar. Het aandeel meisjes van het totale aantal meisjes binnen vmbo-bb dat kiest voor bètatechniek is verdubbeld van 2% in 2008/09 naar 4% in 2018/19. Binnen vmbo-kb is het aandeel meisjes dat kiest voor de bètatechniek -ten opzichte van alle meisjes binnen vmbo-kb- gestegen van 3% in 2008/09 naar 5% in 2018/19.

Binnen de basisberoepsgerichte leerweg (vmbo-bb) is het aantal leerlingen dat in het derde leerjaar kiest voor een bètatechnische richting afgenomen. De daling in totaa laantal leerlingen heeft met name te maken met opwaartse druk: leerlingen kiezen vaker voor een hoger onderwijsniveau. Wel moet worden opgemerkt dat het aantal meisjes in een bètatechnisch profiel in die periode juist is toegenomen van 233 naar 297. Het absolute aantal leerlingen binnen de kaderberoepsgerichte leerweg (vmbo-kb) dat kiest voor een bètatechnische richting is afgenomen. Het aantal meisjes binnen vmbo-kb met een bètatechnisch profiel is tussen 2008/09 en 2018/19 wel toegenomen van 380 naar 677. De gemengde leerweg (vmbo-gl) laat een flinke daling zien in het aantal leerlingen dat kiest voor een bètatechnische richting. De eerder genoemde daling geldt ook voor het aantal meisjes dat deze richting kiest, dit is namelijk afgenomen van 518 in 2008/09 naar 311 in 2018/19.

Verdeling leerlingen (leerjaar 3) over sectoren 2018-2019

        

                                               

Aandeel bètatechniek binnen gediplomeerden vmbo-gl/tl

Het aantal gediplomeerden bètatechniek voor zowel vmbo-gl als vmbo-tl betreft niet alleen een relatieve stijging; het absolute aantal gediplomeerden met NaSk  (natuur- en scheikundeprofiel) is ook toegenomen. In vmbo-gl is het aantal gediplomeerden toegenomen van 2.318 in 2007/08 tot 2.671 in 2017/18. Binnen vmbo-tl gaat het om 18.917 gediplomeerden in 2017/18, ten opzichte van 15.578 gediplomeerden in 2007/08. Het aantal meisjes met een bètatechnisch diploma is in deze periode toegenomen van 600 naar 845 bij vmbo-gl en van 4.470 naar 6.709 bij vmbo-tl.
Van de leerlingen in het vmbo, over alle leerwegen gezien, kiest 30%1 voor een bètatechnische vervolgopleiding in het mbo

 

Bron: Platform Talent voor Technologie (bewerking VHTO). Leerlingen vallen in de categorie bètatechniek wanneer zij een profiel volgen in de sector techniek. Het gaat onder meer om de volgende profielen: 'maritiem en techniek', 'mobiliteit en transport', 'produceren, installeren en energie', 'bouwen, wonen en interieur' en 'media, vormgeving en ICT'.