‘Het is belangrijk dat mensen kunnen meedenken over de samenleving die we willen’

10 februari 2022

In gesprek met universitair hoofddocent Felienne Hermans over digitale vaardigheden

Mensen denken dat kinderen steeds digivaardiger worden, maar universitair hoofddocent Felienne Hermans van de Universiteit Leiden ziet eerder het tegenovergestelde, zegt ze in een gesprek met VHTO Expertisecentrum genderdivisiteit in bèta, techniek en IT.

Over Felienne Hermans

Felienne Hermans is universitair hoofddocent bij het Leiden Institute of Advanced Computer Science (LIACS) van de Universiteit van Leiden, waar ze de PERL-groep leidt die onderzoek doet naar programmeren voor iedereen.
Hermans ontwikkelde de programmeertaal Hedy. Daarvoor ontving ze vorig jaar de prijs voor ICT-onderzoek. In 2017 werd Hermans uitgeroepen tot docent van het jaar. De jury roemde haar om haar online programmeercursussen.
Op zaterdagen geeft ze programmeerlessen aan kinderen. En ze is host van de SE-podcast, een van de populairste podcasts over software op het web.

Een oorzaak dat kinderen juist minder digivaardiger worden is omdat steeds meer kinderen thuis alleen een telefoon of tablet hebben en geen computer. Hermans: “Die kinderen kunnen dus niet goed typen of met de muis werken. En ook snappen ze niet zo goed wat bestanden zijn, want alles staat toch in de cloud? Best onhandig als er een keer iets niet goed gaat.”

Hoe zit het met programmeren?

“Veel kinderen leren gelukkig tegenwoordig wel iets over programmeren op school. Kennisnet schat dat de helft van de basisscholen iets aan programmeren doet. Maar dat is niet eerlijk verdeeld over de scholen. Op scholen waar alles al goed loopt, wordt vaak wel aandacht besteed aan programmeren. Bij scholen waar bijvoorbeeld al leerachterstanden zijn, gebeurt het vaker niet. Zo wordt de ‘digital divide’ groter.”

Je leidt een onderzoeksgroep die onderzoek doet naar programmeren voor iedereen. Waarom is het belangrijk dat iedereen leert programmeren?

“Het is vooral belangrijk dat mensen goed kunnen meedenken over de samenleving die we willen. Iedere week komt er wel een ICT-voorbeeld in het nieuws dat niet goed loopt. Mensen moeten kunnen zeggen dat het niet klopt dat het niet goed werkt, dat kunnen we ook zeggen als de huizenprijzen en de gasprijs te hard stijgen. Maar omdat mensen ICT niet goed snappen, komt de overheid steeds weer weg met miskleunen.
Mensen kunnen bijvoorbeeld ook niet goed oordelen over privacy en veiligheid van de CoronaCheck en CoronaMelder. Ze nemen daarom misschien niet altijd de juiste beslissing.
Dit zijn redenen waarom het belangrijk dat iedereen iets snapt van programmeren. Het is ook belangrijk om goed te kunnen lezen en schrijven, zonder dat we nu willen dat ieder kind Agatha Christie wordt later.
De macht van software maken is ook vaak geconcentreerd bij witte mannen uit de middenklasse die hun eigen problemen oplossen, denk aan Airbnb of Gorillas, maar er zijn veel bredere problemen op te lossen. Als meer mensen (een beetje) kunnen programmeren, kunnen we ook software gebruiken om andere problemen aan te pakken.”
Helaas denken mensen vaak dat het ingewikkeld is om te leren programmeren. Dat komt omdat in films en op TV vaak dat beeld wordt geschetst, zegt Hermans. Stereotiepe beelden laten moeilijke codes zien en gekke commando’s. En omdat mensen eigenlijk zelf nooit met code in aanraking komen, blijft dat ingewikkelde beeld bij ze.

Is programmeren ook ingewikkeld?

“Iets nieuws leren is altijd lastig, of dat nou schrijven, timmeren of programmeren is. Je moet een aantal basisdingen weten en ook flink oefenen. Maar programmeren is niet per se lastiger dan andere dingen om te leren.
Het belangrijkste wat je nodig hebt, is een goede leraar. Veel mensen denken dat je jezelf moet leren programmeren. Vroeger was dat ook wel een beetje waar omdat er in de jaren tachtig nu eenmaal weinig mensen waren die konden programmeren. De eerste generatie programmeurs heeft dus grotendeels zichzelf leren programmeren. Die denken nu nog steeds dat dat de beste manier is – en zeggen dat ook tegen mensen. Maar dat is niet waar, want als je alleen leert en je zit vast, is het enorm lastig om verder te komen.
En het is handig als je met een simpele programmeertaal begint. Net als je begint met houtbewerken. Dan pak je ook niet meteen een decoupeerzaag, maar begin je met een simpele handzaag.”

Je ontwikkelde de programmeertaal Hedy. Waarom was daar behoefte aan?

“Als je leert programmeren, moet je veel dingen leren: de syntax van de taal, hoe je de taal goed typt, dus waar de punten en komma's moeten, maar ook de betekenis van de concepten, en hoe ze werken. 

We zagen dat veel kinderen begonnen met Scratch, die dat probleem heel elegant oplost: omdat de taal met blokjes werkt heb je geen gedoe met punten en komma's.
Op een bepaald moment willen kinderen overstappen op een teksttaal. Zeker als ze naar het het vo gaan, willen ze geen dingen meer die ze ook al op de basisschool gedaan hebben. Dat vinden ze dan al snel te kinderachtig.
Stap je als kind meteen over naar Python, dan is de kloof te groot en lukt het niet meer. Dat zag ik bij de kinderen op mijn school. Daarom maakte ik Hedy, waarmee je in kleine stapjes richting Python gaat, in levels. In level 1 leer je een paar concepten met eenvoudige syntax en in ieder level wordt het complexer.”

Hoe kun je deze taal leren?

“Het mooie van Hedy is niet alleen dat het stapsgewijs werkt, maar ook dat al het lesmateriaal ingebouwd is. Een ander probleem dat we namelijk zagen met Scratch – naast de blokjes - is dat het voor docenten best lastig is om te weten in welke volgorde je dingen moet uitleggen. Een kind kan in Scratch meteen met alle blokjes aan de slag, dat is voor kinderen best onoverzichtelijk. In Hedy krijg je in ieder level van ons de uitleg en een aantal beginopdrachten cadeau, in de browser. Als leerling lees je de opdrachten en kun je meteen aan de slag. Docenten kunnen meekijken via de docenteninterface, en, als ze dat willen, hun eigen lessen in de site inladen.”

En wat kun je als je klaar bent met Hedy?

“Het einde van Hedy is het begin van Python. Als je bij level 20 bent, dan programmeer je in een subset van Python. Vanaf daar is de wereld je oester en kan je verder met lessen Python om nog meer te leren. Wij zien Hedy als een soort zijwieltjes om te leren. Haal je ze van je fiets, dan is het gewoon een fiets.”

Tips om te leren programmeren

Er zijn veel leuke bordspellen die kinderen wat basisbegrippen bijbrengen van programmeren, zegt Felienne Hermans. “Ik vind zelf het spel Robot Turtles heel leuk waarin je een schildpadjes met code-kaartjes voor een zelfgemaakt doolhof moet leiden. Het voordeel van een bordspel is dat het niet zo duur is, en de batterijen niet op gaan.”

Tekst: Rian van Heur