Emancipatiemonitor 2018: aandeel vrouwen in techniek neemt toe

17 december 2018

Sinds 2007 is de studiekeuze minder seksespecifiek geworden. Dat geldt ook voor de verdeling van mannen en vrouwen over beroepsklassen. Het aandeel vrouwen in zorg, dienstverlening en administratie is iets gedaald, en hun aandeel in technische beroepen en ICT iets toegenomen. Zorg is er over de doorstroom van vrouwen naar banen in de techniek.

De Emancipatiemonitor 2018 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) bevat de resultaten van tweejaarlijks onderzoek naar de emancipatie van vrouwen in Nederland. Met de emancipatie van vrouwen gaat het sinds 2015 op veel vlakken de goede kant op. Ze werken vaker en meer uur, en zijn daardoor ook vaker economisch zelfstandig. Maar gemiddeld is het uurloon van vrouwen nog steeds lager dan dat van mannen. Het feit dat vrouwen per uur gemiddeld minder verdienen, heeft onder andere te maken met de segregatie op de arbeidsmarkt. Vrouwen werken verhoudingsgewijs vaak in beroepen waar sprake is van een relatief laag gemiddeld uurloon, zoals zorg en welzijn. Deze seksesegregatie neemt wel iets af.

Meisjes kiezen tegenwoordig vaker voor een technische opleiding, jongens wat vaker voor de zorg. Na de invoering van de vernieuwde tweede fase in havo en vwo (2007/’08) steeg daar het percentage meisjes met een NT-profiel in één keer aanzienlijk, maar ook daarna groeide dit aandeel. In het hbo nam het aandeel vrouwen in de bètarichtingen wiskunde, natuurwetenschappen, informatica, techniek, industrie en bouwkunde tot 2014/’15 gestaag toe. Na 2015/’16 stagneerde de groei enigszins. In het wo steeg vanaf 2015/’16 het aandeel vrouwen in deze studies. Dat is terug te zien op de arbeidsmarkt. Het aandeel vrouwen dat werkt in zorg- en welzijnberoepen, dienstverlenende beroepen en bedrijfseconomische en administratieve beroepen is iets gedaald, en hun aandeel in technische beroepen en ICT iets toegenomen.

Vrouwen met een opleiding in de richting techniek, industrie en bouwkunde komen relatief weinig – en ook minder vaak dan mannen – terecht in een technisch beroep. Een kwart van de werkende vrouwen die zijn opgeleid in de richting techniek, industrie en bouwkunde had in 2017 een technisch beroep, terwijl dat bij mannen ruim de helft was. Onder hoogopgeleiden is dit verschil kleiner. Het aandeel technisch opgeleide vrouwen dat in een technisch beroep werkzaam is, is na 2014 jaar wel iets toegenomen. Ook vrouwen met een informatica-opleiding zijn minder vaak dan mannen in een ICT-beroep werkzaam. Hetzelfde geldt voor het aandeel vrouwen met een opleiding in landbouw, diergeneeskunde en -verzorging die daarna werkzaam zijn in de landbouw. Daarentegen werken na een opleiding in zorg en welzijn zowel vrouwen als mannen relatief vaak in die beroepsklasse.

Bronnen: