Kiezen technisch opgeleide mannen en vrouwen niet voor een baan in de technische sector?

04 juli 2017

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft 45% van de technisch opgeleide mannen en vrouwen ook echt een baan in de technische sector. De overige 55% komt na de opleiding in een andere sector te werken. Verliest de technieksector dus al bij de entree op de arbeidsmarkt een groot deel van de technisch afgestudeerden?

Definitieverschillen
Allereerst: de cijfers van de Techniekpactmonitor (verder: Monitor) en die van het CBS wijken af. Dat verschil komt door een verschil in definitie. CBS kijkt naar het totaal aan technici en verdeelt dit onder in de categorieën werkzaam in de techniek, niet werkzaam in de techniek (maar wel elders), werkloos en niet-beroepsbevolking. De Monitor kijkt naar het totaal aan technici, maar trekt daar de niet-beroepsbevolking vanaf. De Monitor kijkt dus alleen naar technici die ook daadwerkelijk beschikbaar zijn op de arbeidsmarkt.

Naast een definitieverschil met betrekking .tot. technici, hanteert CBS ook een bijzondere definitie van de technische sector. Dit laatste is De Ingenieur ook direct opgevallen en zij hebben het CBS om meer uitleg gevraagd en zij schrijven: ‘Als je gepromoveerd wordt tot manager, werk je volgens onze definities niet meer in de technische sector', licht een CBS-woordvoerder aan de telefoon toe. Een ingenieur die carrière maakt is dus al snel geen werkende technicus meer. Daarnaast rekent het CBS 'ICT' tot een aparte sector, net als de consultancy. Dat zijn twee gebieden die nauw verwant zijn met techniek, en het is dus logisch dat veel ingenieurs daar terechtkomen.’

Technisch opgeleide vrouwen
Inmiddels kiezen veel meer meisjes voor exacte vakken in het voortgezet onderwijs en kiezen ook veel meer vrouwelijke studenten voor bèta, technische en ICT-studies. Zo langzaam aan gaan nu ook grotere groepen technisch afgestudeerde vrouwen de arbeidsmarkt betreden. In de cijfers met betrekking tot. de technische arbeidsmarkt is dat echter (nog) niet terug te zien. Slechts 11% van de technici op de technische arbeidsmarkt is vrouw, volgens de Monitor. Ook volgens het CBS werken technisch opgeleide vrouwen veel vaker in een niet-technisch beroep dan mannen.

Al veel langer is bekend dat veel bèta/technisch opgeleide vrouwen kiezen voor bèta/technische functies buiten de technische sector dus bij overheden, bij ingenieursbureaus, in de consultancy en bij banken en verzekeraars. Ook gaan jonge afgestudeerde vrouwen aan de slag in functies op het snijvlak van techniek en andere disciplines. Vaak omdat de werkcultuur en/of de arbeidsvoorwaarden daar aangenamer zijn. De Ingenieur vraagt zich ook af op deze vrouwen wellicht ook sneller promoveren tot managementfuncties en dat dat de reden is waarom ze niet meetellen in de CBS-cijfers.

Onderzoek
Het zou goed zijn als veel scherper in kaart gebracht wordt waar deze technisch opgeleide vrouwen (en alle vrouwelijke afstudeerders die binnenkort de arbeidsmarkt gaan betreden) werken, in welke sectoren en in welke functies. Kwantitatief, maar ook kwalitatief; het is ook belangrijk om te weten waarom vrouwelijke afstudeerders kiezen voor bepaalde sectoren en type functies, en hoe hun loopbaan zich ontwikkelt. Onlangs werden in Twente de resultaten van het onderzoeksproject ‘Mind the Gap!’over de doorstroom van bètastudenten naar de technische arbeidsmarkt gepresenteerd. Ook in dit onderzoek sprong al snel de het verschil tussen mannen en vrouwen in het oog. De kans op ‘weglek’ van vrouwen uit de techniek lijkt op basis van hun onderzoeksdata vier keer zo groot te zijn. Hopelijk krijgt dit onderzoek een vervolg.

Overigens blijkt ook uit de cijfers van CBS dat twee derde van de vrouwen met een technisch beroep en een derde van de mannen niet technisch geschoold is. Dit percentage is ook terug te zien in de Monitor van het Techniekpact! Interessant om te onderzoeken welke opleidingsachtergrond deze vrouwen hebben en hoe zij (in tweede instantie) de weg hebben gevonden naar de techniek.