Teken een wetenschapper. Hoe stereotiep denken kinderen?

30 mei 2018

Wat voor ideeën hebben kinderen over wetenschap? Zijn er verschillen tussen jongens en meisjes? En maakt leeftijd nog iets uit? Dit zijn vragen die aan de basis staan van het onderzoek van David Miller, die recentelijk zijn PhD titel behaalde aan de Northwestern University. De beste manier om te begrijpen hoe kinderen denken over genderstereotypen is door hen de simpele opdracht te geven: teken een wetenschapper.

Dit eenvoudige experiment wordt al sinds de jaren zestig door docenten uitgevoerd en biedt daarom een enorme hoeveelheid aan data om te analyseren. Miller heeft van de afgelopen vijf decennia een meta-analyse uitgevoerd van maar liefst 79 studies met in totaal meer dan 20.000 kinderen tussen de 5 en 11 jaar oud. In de jaren zestig en zeventig was het resultaat dat er slechts 28 keer van de 5000 tekeningen een vrouwelijke wetenschapper werd getekend. Daar komt bij dat deze 28 alleen maar door meisjes waren getekend. Geen enkele jongen tekende een vrouwelijke wetenschapper.

Inmiddels is er veel veranderd. Het aandeel vrouwen in de wetenschap is enorm gestegen. Bij sommige disciplines meer dan andere, maar de afgelopen vijf decennia laten een groeiende trend zien in bijvoorbeeld scheikunde, biologie en aardwetenschappen. De interessante vraag die oprijst, is of deze ontwikkeling ook invloed heeft op de ideeën van kinderen. Kunnen we deze stijging terug zien in de tekeningen van kinderen?

Het resultaat is optimistisch. Werden er in de jaren zestig nog 99,5% mannelijke wetenschappers getekend, is dit nu ongeveer 65%. De associatie tussen mannen en wetenschap is dus wel degelijk veranderd. Er worden meer vrouwen getekend, ook door jongens. Een interessant resultaat van Miller’s onderzoek is dat leeftijd een belangrijke rol blijkt te spelen. Als je een kind van 5 jaar vraagt om een persoon te tekenen, dan is de kans groot dat ze iemand tekenen van hun eigen sekse. Dit verandert echter naarmate het kind ouder wordt. Het stereotype mannelijke wetenschapper krijgt de overhand, bij meisjes wanneer ze 10 jaar zijn.

De vraag waarom het stereotype sterker wordt op oudere leeftijd is niet eenvoudig te beantwoorden, omdat er veel elementen samenwerken. In Nederland, in vergelijking met andere landen, is genderstereotypering van wetenschap sterker aanwezig. Dit hangt onder andere samen met het lage aandeel vrouwen in de bètawetenschappen en technische beroepen, alsook de rol van de media die stereotypen blijven herhalen en daarmee bevestigen. Miller benadrukt daarom het belang van rolmodellen. Kinderen moeten iemand zien waarmee ze zich kunnen identificeren. Ga daarbij verder dan alleen Marie Sk?odowska-Curie (winnaar van twee Nobelprijzen). Zij is een inspirerend voorbeeld, maar kan tegelijkertijd ook een tegenovergesteld effect hebben; namelijk dat meisjes denken dat ze briljant moeten zijn om wetenschapper te worden. Het project Beeldenbrekers van VHTO is volgens Miller een mooi voorbeeld van een interventie om meisjes op jonge leeftijd kennis te laten maken met een pluriforme groep rolmodellen.

David Miller was op 29 mei op bezoek bij VHTO om over zijn bevindingen te spreken.