Tentoonstelling: STUURVROUW

04 februari 2019

In de tentoonstelling STUURVROUW staan vrouwen die voor een varend beroep hebben gekozen centraal Van visserij tot pontbaas en van topzeilster tot marine, van binnenvaart tot zeevaart. 

De 26 portretten gemaakt door Freerk Bokma zijn tot 31 maart 2019 te zien in het Fries Scheepvaartmuseum. Wij mochten alvast één verhaal uitlichten. Lees het verhaal van Akke van Nimwegen (24), eerste stuurman, op de Sagasbank van rederij Wagenborg.

Akke van Nimwegen

In 2012 begon Akke met varen. Op dat moment alleen in de vakanties. Sinds 2015 zit zij beroepsmatig op de grote vaart; eerst als tweede stuurman later als eerste stuurman op het schip de Sagasbank. Het varen brengt haar door heel Europa: Portugal, Spanje, Frankrijk. En Harlingen, haar ‘hometown’, waar zout wordt geladen.

Akke komt niet uit een varensfamilie. Verder terug in de familiegeschiedenis blijkt er wel iemand bij de VOC te hebben gevaren. Via vrienden kwam Akke met de zeekadetten in aanraking; haar interesse voor de scheepvaart werd daarmee gewekt. Ze maakte het eerste jaar van de HAVO af en begon een opleiding aan de zeevaartschool in Harlingen.

Als eerste stuurman heeft Akke diverse taken en die lopen meestal volgens een vast stramien. Tijdens haar wacht is ze verantwoordelijk voor haar eigen werkzaamheden. Daaronder vallen het navigeren en het laden en lossen in de havens. Dat houdt onder andere in dat ze een diepgangsmeting (draught survey) moet maken. Dat is een methode om de hoeveelheid lading te bepalen dat door een schip is geladen of gelost. Omdat Akke op een kleiner schip vaart, betekent dat er over het algemeen meer afwisseling is in taken. Je maakt ook niet zulke lange reizen, waardoor je tijdens je periode aan boord meer havens kunt aandoen.

Het varen bevalt Akke uitstekend. Het salaris is goed en met een vast contract bij Wagenborg opent dat allerlei deuren. Zo was het geen probleem om bij de bank een lening aan te vragen, waarmee Akke een leuk huis in Harlingen kon kopen. Ze vaart steeds 10 weken en is vervolgens 10 weken thuis. Akke heeft deze tijd wel nodig om thuis te kunnen acclimatiseren. Tijdens haar verlof zit ze bij het korps zeekadetten in Harlingen op de Sittard. Daar zitten wel een paar meisjes bij en Akke hoopt dat ze hen kan interesseren voor de maritieme sector.

Aan boord is Akke de enige vrouw. Slechte ervaring heeft ze niet echt. Uitzonderingen daar gelaten.  Toen ze eens bij een oude, Belgische kapitein aan boord kwam, gaf hij toe het niet zo te hebben staan op vrouwen in dergelijke functies. Naderhand bleek het gelukkig allemaal mee te vallen en moest hij zijn mening wel herzien. En soms moet je opmerkingen of voorvallen er ook maar met een grapje afmaken. Het beste is om het allemaal niet al te serieus nemen en de bal gewoon terugkaatsen.

Ze merkt daarnaast dat veel van die opmerkingen op vooroordelen berusten. In een Poolse haven werd ze op een keer aangezien als de kok. Een van de matrozen had vervolgens verklaart: “No, she’s my boss!”.

Hoewel het varen goed bevalt heeft het zeker invloed op het sociale leven. Als je ongebonden bent is het geen probleem, maar hoe komt het later als je een vriend krijgt of kinderen? Zover is het nog niet en de mogelijkheid om dingen te plannen is er zeker. De insteek voor de toekomst is zoals het nu staat wel om kapitein te worden en te blijven varen, maar je weet nooit wat er op je pad komt.