‘The perfect gender score in science doesn’t have to be a distant dream.’ - Minister van Engelshoven

14 oktober 2019

Dit jaar was de eerste keer dat de Europese Gender Summit in Nederland werd georganiseerd. Deze Gender Summit, met de titel ‘Driving innovation through diversity and inclusion’, stond in het teken van diversiteit in de wetenschap. Minister van Engelshoven opende de Gender Summit, ‘Zonder diversiteit neemt de kwaliteit van onderzoek af. Meer perspectieven betekent meer inzichten, en meer inzichten betekent meer wetenschappelijke doorbraken.’

Eerder dit jaar, in januari, sprak minister van Engelshoven haar drie ambities voor de academische wereld in Nederland al uit. In de wetenschapsbrief ‘Nieuwsgierig en Betrokken- De waarde van wetenschap’ benoemde zij het belang van diversiteit en schreef: ‘Ik wil diversiteit vergroten onder onderzoekers – zowel in personen als in wetenschappelijke perspectieven – omdat dit de kwaliteit van onderzoek ten goede komt.’ Op basis van de uitkomsten van de summit gaat de minister dan ook een actieplan opstellen dat, onder andere, ingaat op het streefcijfer voor vrouwelijke hoogleraren. Aan het eind van haar toespraak riep de minister de aanwezige onderzoekers op tot concrete aanbevelingen voor dit actieplan.

‘Om de ambitie te ontwikkelen om naar de top te komen, is het belangrijk dat je je met deze top kan identificeren.’

Belle Derks, professor in sociale- en organisatiepsychologie aan de Universiteit van Utrecht, ging in haar keynote op het verzoek van de minister in. ‘Binnen de academische wereld heerst nu nog een sterk masculien stereotiep beeld. Dit stereotiepe beeld zorgt ervoor dat vrouwen zich minder op hun plek voelen. Daarbij is er een tekort aan vrouwelijke rolmodellen in topfuncties. Om de ambitie te ontwikkelen om naar de top te komen, is het belangrijk dat je je met deze top kan identificeren. Een vrouwenquotum kan hierbij helpen.’

‘We moeten ervoor zorgen dat de beste mensen de top bereiken, ongeacht gender en achtergrond.’

Professor Paul Boyle, vicepresident van de European University Association (EUA), ging in op de vraag hoe universiteiten hun beleid moeten aanpassen. Boyle liet met een grafiek zien dat het percentage vrouwelijke rectoren per land nergens 50 procent haalt. Hij benadrukt hierbij dat: ‘De ondervertegenwoordiging van vrouwen in topfuncties duidelijk niet wordt veroorzaakt door een verschil in intelligentie. We moeten ervoor zorgen dat de beste mensen de top bereiken, ongeacht gender en achtergrond.’

Simone Buitendijk, Vice-Provost aan het Imperial College, sprak haar frustratie uit over de trage veranderingen op het gebied van gendergelijkheid. De titel van haar prestentatie, The Pernicious Effects of Bias and Discrimination in Academia, reflecteerde dit. Simone Buitendijk vertelde dat beoordeling over wat kwaliteit is en wat niet, sterk bevooroordeeld is. ‘Hoe meer we selecteren op basis van onze huidige kwaliteitsnormen des te sterker wordt onze neiging om te kiezen voor de over-gerepresenteerde groep.’ Simone Buitendijk adviseerde de minister en bestuurders van universiteiten daarom om te werken aan nieuwe kwaliteitsnormen.

‘AI is een feministisch onderwerp.’

Naar aanleiding van het verhaal van Simone Buitendijk stelde Curt Rice, president van de Oslo Metropolitan Universiteit, de volgende vraag: ‘Objectief kwaliteit bepalen is bijna onmogelijk voor wetenschappers, kan Artificial Intelligence dit beter? Özgür Simsek, senior docent aan de Universiteit van Bath, gaf het volgende antwoord. ‘We moeten heel bewust omgaan met de data die we AI aanbieden. Wanneer de data vooroordelen bevatten, zoals wetenschap is voor mannen, zal AI deze vooroordelen ook aanleren. AI gaat over veel meer dan technologie, het gaat over sociale ongelijkheid, intersectionaliteit, de representatie van minderheden en genderongelijkheid. AI is niet de oplossing voor genderongelijkheid zolang de data bevooroordeeld zijn.’

‘Diversiteit gaat over verschillende visies, ideeën en karakters.’

Naomi Ellemers, buitengewoon professor aan de Universiteit van Utrecht, sprak ook over intersectionaliteit en benadrukt dat diversiteit verder gaat dan geslacht en ras. ‘Diversiteit gaat ook over verschillende visies, ideeën en karakters. Nu zien we nog heel vaak dat vrouwen in de wetenschap hun gedrag aanpassen aan het mannelijke stereotiepe beeld. Hierdoor gaat de diversiteit verloren. Helaas zien we ook dat vrouwen die zich niet willen of kunnen aanpassen ervoor kiezen om de wetenschappelijke wereld te verlaten. Het is belangrijk dat we de aandacht van diversiteit verschuiven naar inclusie, zodat vrouwen en minderheden zich thuis voelen in de wetenschappelijke wereld en we hun kennis en kwaliteiten niet verliezen.’ Stephan Curry, Imperial College, vond ook dat er een grote rol voor leiders op het gebied van inclusie is: ‘Leiders en personen in hoge functies hebben de verantwoordelijk om het systeem te veranderen.’

‘Poor behavior gaat over macht, machtsmisbruik en ongewenst gedag in de academische wereld.’

Een ander thema, waarbij goed leiderschap ook veel impact heeft, is op het gebied van seksuele intimidatie. Veel vrouwelijke wetenschappers hebben met seksuele intimidatie te maken gehad. Marijke Naezer, onderzoeker aan de Radboud Universiteit, deelde de belangrijkste inzichten uit het onderzoeksrapport ‘Harassment in Dutch Academia’. Dr.Frederik Bondestam stelde: ‘Seksuele intimidatie is geen kwestie van of, maar hoe en wanneer. Het gebeurt dagelijks en op grotere schaal dan we denken. Bestuurders moeten meer doen en actie ondernemen.’ Tijdens de speciale openingsavond op woensdag gaf theatergroep het Acteursgenootschap met het toneelstuk #MeTooAcademia: The Learning Curve meer inzicht in de degradaties van seksuele intimidatie en ging in op ‘poor behavior.’ ‘Poor behavior’ gaat over macht, machtsmisbruik en ongewenst gedag in de academische wereld. Ook op dit gebied spelen leiders een belangrijke rol. Zij moeten zich bewust zijn van hun positie en gedrag.

‘Werk.en.de Toekomst: het doorbreken van genderstereotypering in het onderwijs en op de arbeidsmark.’

Tussen de panelgesprekken door waren en interactieve sessies waar verschillende onderzoeken en interventies gericht op gendergelijkheid werden gepresenteerd. VHTO presenteerde samen met Atria, Emancipator en de Nederlandse Vrouwen Raad (NVR) het project Werk.en.de Toekomst. Werk.en.de Toekomst wordt ondersteund door het Ministerie van Onderwijs. Met dit project werken we aan het doorbreken van genderstereotypen. VHTO richt zich in het bijzonder op het doorbreken van genderstereotiepe beeld over vrouwen en techniek. Met verschillende interventies, zoals het geven van voorlichtingen op scholen en ‘mentoring circles’ willen we de doorstroom van meisjes naar de bèta-, techniek-, ICT-sector stimuleren. Daar valt ook de wetenschappelijke wereld onder.

‘Het is tijd voor actie’

De summit stond in het teken van actie en concrete aanbevelingen voor gendergelijkheid in de wetenschappelijke wereld. Belle Derks pleitte voor een vrouwenquotum, Simone Buitendijk riep op tot nieuwe standaarden voor kwaliteit en Paul Boyle adviseerde over het belang van goed leiderschap. Stephen Curry vatte de boodschap tot slot mooi samen met de uitspraak: ‘Woorden waren een goed begin, nu is het tijd voor actie.’ Minister van Engelshoven zei het al in haar openingstoespraak: De perfecte gender score in de wetenschap hoeft geen verre droom te zijn. Jullie, als onderzoekers, hebben de macht om het speelveld te veranderen in een eerlijk speelveld voor iedereen. Het domein van de wetenschap is waar gelijkheid binnen handbereik is.’