VHTO BLOGT | 15 | Onderzoeker: Lara Wierenga

19 januari 2020

Lara Wierenga is onderzoeker aan de Universiteit Leiden en leidt op het moment een grootschalig tweelingonderzoek. Zes jaar lang worden de tweelingen gevolgd en onderzocht op het gebied van hun sociale en cognitieve ontwikkeling. Dit onderzoek sluit aan bij Wierenga haar promotieonderzoek, waarin zij onderzoek naar de sekseverschillen tussen hersenen heeft gedaan. Ik praat vandaag met haar over ‘jongens’ en ‘meisjes’ hersenen, gender en schoolprestaties.   

Wat heb je onderzocht in je promotieonderzoek? 

In mijn promotieonderzoek heb ik onderzoek naar de hersenontwikkeling van kinderen gedaan. Ik vond, net als veel andere onderzoekers, dat de hersenen van jongens 10% groter zijn dan die van meisjes. Verder heb ik onderzocht of de theorie dat de hersenontwikkeling van jongens achterloopt op die van meisjes klopt. Tot mijn verbazing vond ik deze achterstand niet terug in mijn onderzoek. Mijn eerste reactie was: ‘Een nulbevinding wat vervelend’. Toen dacht ik nog dat het misschien aan mijn data of methode lag. Maar ook in andere datasets en met andere methoden vond ik geen resultaat. Er komen nu steeds meer publicaties uit van andere onderzoeksgroepen, onafhankelijk van de mijne, die dit verschil in ontwikkeling ook niet vinden. Dit is een belangrijke ontdekking, omdat in onze maatschappij het idee leeft dat je bepaalde dingen niet van jongens kan verwachten omdat zij achterlopen in hun hersenontwikkeling. Maar dat blijkt niet het geval te zijn.  

Dus er is geen verschil in de hersenontwikkeling van jongens en meisjes? 

Nee, en daarbij komt ook uit steeds meer onderzoek naar voren dat het verschil in prestaties en gedrag tussen jongens en meisjes niet door die 10% verschil in hersengrootte kan worden verklaard. Ook ik kon dat niet, daarom ben ik de groepen anders gaan vergelijken. In plaats van naar de gemiddelden tussen jongens en meisjes te kijken, ben ik binnen de groepen naar verschillen gaan kijken. Toen vond ik dat de hersenen van jongens onderling veel meer van elkaar verschillen dan dat hun hersenen verschillen met die van meisjes. Er zijn dus geen ‘meisjes’ en ‘jongens’ hersenen zoals veel mensen denken.  

Veel mensen denken nog altijd dat jongens en meisjes verschillende hersenen hebben, maar dat is dus niet zo. Was dit voor jou ook een verassing? 

Ja, en sinds deze bevinding ben ik ook anders gaan kijken naar de relatie tussen geslacht en de hersenen. Ik spreek liever over het effect van geslacht op de hersenen, dan over een sekseverschil in de hersenen. Hormonen hebben invloed op je hersenen, maar gender speelt ook een rol bij de ontwikkeling van de hersenen. Gender is een maatschappelijk-sociaal construct en verwijst naar bepaalde verwachtingen en normen die we over mannen en vrouwen hebben. Omdat je er als vrouw of man uitziet, word je op een bepaalde manier behandeld en dat heeft invloed op je hersenontwikkeling.  

Waarom zijn de uitkomsten van dit onderzoek zo belangrijk? 

De uitkomsten van dit onderzoek zijn zo belangrijk omdat er vaak wordt gedacht dat verschillen in de hersenen verklaren waarom jongens en meisjes verschillende schoolprestaties hebben. Meisjes denken bijvoorbeeld dat ze niet goed zijn in wiskunde en kiezen minder snel een technische opleiding. Als verklaring geven zij dat hun hersenen ‘anders’ zijn dan die van jongens en daarom wiskunde ook niet kunnen leren. Maar dat is dus niet zo. De verklaring voor het verschil in schoolprestaties is veel complexer. Om dit verschil op te lossen is het belangrijk dat we onderzoeken welke andere factoren, zoals training, zelfvertrouwen of concentratie, de verschillen in schoolprestaties tussen jongens en meisjes kunnen verklaren.