VHTO BLOGT | 3

14 juni 2019

De bouwvrouw in beeld

© Het Geheugen van Nederland/Koninklijke Bibliotheek

Op het moment is 9% van de medewerkers in de bouwsector vrouw. Wat is de oorzaak van dit lage percentage? Is het een gebrek aan rolmodellen of komt het door genderstereotyperingen? En wie zijn deze vrouwen? Wat is hun visie op de bouw? Op de vijfde avond van de serie Wij Bouwen De Stad van Pakhuis de Zwijger staan bouwvrouwen centraal.  Vrouwen met verschillende achtergronden praten met elkaar over de vraag: Hoe maken we de weg vrij voor meer vrouwen in de bouwsector?

Voordat het officiële gedeelte van de avond begon, mocht VHTO aanschuiven bij het sprekersdiner. Daar werd al snel duidelijk dat het thema van de avond erg complex is. Want wat is gender? Wie bepaalt wat vrouwelijk en mannelijk is, bestaat dit onderscheid überhaupt wel? En doen vrouwen zelf niet net zo hard aan stereotypering? Deze en andere kritische vragen kwamen voorbij. Genoeg stof om de avond mee te vullen.

Een podium voor bouwvrouwen
Het lage percentage vrouwen in de bouwsector betekent niet dat er geen succesvolle vrouwen in de bouw zijn. Marije de Leeuw vindt dat deze vrouwen aandacht verdienen en is daarom namens Cobouw de initiator van de Bouwvrouwen top 50. Dit jaar staat Aukje Kuypers op de eerste plaats en deelt vanavond haar succesverhaal. Aukje: ‘Ik merk dat de bouw aan het veranderen is. Bij Kuijpers is de aandacht verschoven naar innovatie, educatie en diversiteit.’  Een interessant contrast is het verhaal van Liesbeth Bresser dat volgt. Liesbeth is eigenaar van timmerbedrijf Timbres en werkt al vijfentwintig jaar als timmervrouw. Zij benadrukt juist het belang van ambacht, vakmanschap en traditioneel handwerk. Een discussie over het onderwijssysteem, waarin volgens sommige prestaties,  en status centraal staan, barst in de zaal los. Enerzijds wordt gedacht dat het goed is om kinderen te stimuleren om verder te studeren. Anderzijds wordt benadrukt dat ambachten een belangrijke rol hebben in de maatschappij en moeten worden herwaardeerd.

Genderstereotyperingen, rolmodellen en het onderwijs
Na deze discussie vertelt Cocky Booij, directeur van VHTO, meer over genderstereotypering en het belang van rolmodellen. ‘Nederland scoort hoog op gebied van genderstereotyperingen. Hoewel wij denken dat we heel open-minded zijn, blijkt dat niet zo te zijn. Genderstereotypen zijn diepgeworteld in onze samenleving en hebben invloed op het onderwijs, de arbeidsmarkt, de politiek en de media. Al op jonge leeftijd hebben kinderen vooroordelen ontwikkeld en hebben zij bepaalde ideeën over mannelijkheid en vrouwelijkheid. Het is lastig om deze vooroordelen te veranderen. We proberen dat te doen met inzet van counterstereotypen (rolmodellen). Counterstereotypen zijn personen die tegen het stereotiepe beeld ingaan, zoals een vrouw in de bouw of een man in de zorg. Vrouwelijke rolmodellen kunnen ook bijdragen aan het doorbreken van vooroordelen rondom bouw en vrouwen.’

Nienke Bronk, docent Bouwen, Wonen & Interieur op Montessori College Oost is een goed voorbeeld van een rolmodel. Anderhalf jaar geleden heeft zij zich van interieurarchitect laten omscholen tot docent. Uit persoonlijke ervaring weet zij dat het helpt dat de meisjes aan wie zij lesgeeft zich met haar kunnen identificeren. ‘De meisjes zien mij als een voorbeeld. Door mijn verhalen en ervaringen met hen te delen krijgen zij een beter beeld van de mogelijkheden in de bouwsector. Ik hoop hen te inspireren om ook een bouwopleiding te gaan doen.’

Nienke en Cocky praten samen over de vraag: Hoe krijgen we meer vrouwen in de bouw? Cocky denkt het belangrijk is om meisjes te informeren over alle mogelijkheden die er zijn. ‘Veel meisjes weten helemaal niet wat er allemaal kan in de bouwsector. Zij hebben geen goed beeld van de beroepen. In het onderwijs zou er meer ruimte moeten zijn voor snuffelstages en bedrijfsbezoeken.’ Nienke sluit zich daarbij aan en voegt toe: ‘Bouwbedrijven en opleidingen moeten daarbij ook meer stilstaan bij de doelgroep. De bouwsector moet voor meisjes en jongens aantrekkelijk worden gemaakt.’

Panelgesprek: wat vinden bouwvrouwen zelf?
Na de staat van het onderwijs, gaat de discussie over naar de staat van de arbeidsmarkt. Wat is de rol van bouwbedrijven? Moeten zij meer inspanningen leveren om de bouw vrouwvriendelijker te maken. Of is een vrouwenquota in de bouwsector de oplossing?  Klaartje Molthof, Constanze Renzelmann en Nathal Bakker denken samen na over verschillende stellingen en ook de mening van het publiek wordt gemeten. Veel vrouwen denken dat de bouw wel wat vrouwvriendelijker kan. Opvallend is het aantal voorstanders voor een vrouwenquota. Zweden wordt genoemd als voorbeeld, daar is al jaren eerder een quota ingesteld en dat heeft veel goede veranderingen te weeg gebracht. Hoewel vrouwen zeker beoordeeld willen worden op hun vaardigheden, is een quota misschien wel nodig om echte verandering te krijgen.

Dan is het alweer het einde van de avond en moderator Susanne Heering sluit de avond af. ‘We zijn er nog niet uit. De bouwsector is aan het veranderen en vrouwen zoals Aukje en Liesbeth zijn een bron van inspiratie. Om het systeem te veranderen moeten we nadenken over de inrichting van het onderwijs. Verder is het goed om meisjes al op jonge leeftijd in aanraking te brengen met bouwvrouwen (rolmodellen). Tot slot is er een actievere rol voor bouwbedrijven weggelegd.’