VHTO BLOGT | 5 | Computer Science Certificate voor onderbouw voortgezet onderwijs

01 juli 2019

Geïnspireerd door het ‘Cambridge Certificate’ voor Engels kwam Cocky Booij, directeur VHTO, op het idee om het ‘Computer Science Certificate’ te ontwikkelen. ‘Het viel mij op dat er weinig tot geen projecten rondom digitale vaardigheden in de onderbouw van het voorgezet onderwijs werden aangeboden. Met het Computer Science Certificate willen we jongeren in de onderbouw kennis laten maken met programmeren en de keuze voor het vak Informatica in de bovenbouw stimuleren.’

In 2018 is VHTO samen met de Universiteit Leiden en met steun van Salesforce.org begonnen aan de ontwikkeling van de lesmodules voor het Computer Science Certificate. Belangrijke speerpunten van het certificaat zijn gender inclusief onderwijs, diversiteit en maatschappelijke relevantie. ‘We willen jongeren, ongeacht afkomst en gender enthousiasmeren voor IT. Er komen steeds meer banen in de techsector. Om te voorkomen dat we in de toekomst met een tekort aan IT-talent zitten, moeten we jongeren nu al interesseren voor dit gebied’, zegt Cocky Booij. ‘Het Computer Science Certificate laat ook heel duidelijk de maatschappelijke relevantie van programmeren zien. In de lesmodules is programmeren met Python inhoudelijk aan de vakken Nederlands (taalvak), Kunst (creatief vak) en Aardrijkskunde (zaakvak) gekoppeld. Door de koppeling zien de leerlingen al lerende op hoeveel verschillende manieren je programmeren kan gebruiken.’

Felienne Hermans, Associate Professor at LIACS - Universiteit Leiden, is expert op het gebied van het programmeeronderwijs en is medeontwikkelaar van het lesprogramma. Uit ervaring weet Felienne dat je de interesse van leerlingen die nog niet kunnen programmeren snel kan verliezen als zij het programmeren niet meteen snappen. Tijdens de lessen worden de leerlingen dan ook stap voor stap meegenomen en goed begeleid door de leraren. Lisa van der Plas, Marijn van der Meer en Shirley de Wit zijn ook betrokken bij de ontwikkeling van het certificaat. Zij hebben, samen met Felienne, de pilotlessen gegeven.

Marijn van der Meer is leraar Informatica en Aardrijkskunde bij het IJburg College en geeft daar de pilotlessen. ‘Een groot voordeel van dit programma is dat de leerlingen aan het eind van de programmeerlessen echt iets halen, namelijk het certificaat. Dit maakt het erg tastbaar en dat werkt goed. Verder is de opbouw van het programma ook goed. Het programma stimuleert leerlingen om te onderzoeken, te experimenten en door te zetten. Een ander groot voordeel is dat het coderen aan andere vakken wordt gekoppeld. Zo wordt het programmeren aantrekkelijker voor een grotere groep leerlingen. Ik merk dat goed tijdens de kunstmodule. In eerste instantie lijken sommige leerlingen geen interesse te hebben, maar nadat ik ze een figuur heb laten zien gaan ze enthousiast aan de slag.’ vertelt Marijn.

Rose Mulazada is een van de leerlingen van Marijn en heeft de kunstmodule gevolgd. Rose heeft talent voor coderen en programmeren en dat was ook te zien aan haar goede eindresultaat. ‘Informatica is echt een van mijn lievelingsvakken. Je hebt vaste codeerregels en als je die leert kan vervolgens alles bouwen wat je maar wilt. Ik houd ervan om met codes te experimenteren, om iets te maken en te testen of iets werkt. Ik vind dat coderen voor iedereen is, codes zien geen gender namelijk. Ik denk dat je vooral moet doen wat je leuk vindt en voor mij is dat coderen!’

Roos en Dilla, klasgenootjes van Rose, zijn ook enthousiast over het Computer Science Certificate. ‘We vonden het heel leuk dat er een altijd een resultaat uit de codes komt. Je experimenteert met verschillende codes en dan krijg je een mooi figuur. Het was heel tof om programmeren te combineren met kunst! ’ De positieve reacties van de meisjes vindt Lisa (VHTO) erg leuk om te horen. ‘Met het Computer Science Certificate willen we laten zien dat meisjes en jongens op hetzelfde niveau kunnen presteren, ongeacht het vakgebied. In de lessen benadrukken we dat oefening nodig is om goed te worden in programmeren. Meisjes die denken dat ze niet goed zijn in programmeren, leren we dat hersenen kunnen worden getraind. Zo worden ze weer gemotiveerd om zich in te zetten en ontdekken ze dat ze net zo goed kunnen presteren als jongens.’

Het Computer Science Certificate is aan 215 leerlingen op vier verschillende scholen aangeboden. Cocky Booij hoopt dat het Computer Science Certificate in de toekomst door nog veel meer scholen wordt gebruikt. ‘Het idee is dat vakdocenten van bijvoorbeeld Nederlands of Kunst zelf de lessen gaan geven en programmeren bij hun vak betrekken. Het zou fantastisch zijn als we de algemene online toets verder kunnen ontwikkelen zodat het certificaat toegankelijk wordt voor veel meer scholen en leerlingen. Want er hebben al veel andere scholen belangstelling getoond in de lesmodules van het Computer Science Certificate.’