Leading Ladies

De 'Leading Ladies' van VHTO vervullen de rol van ambassadeur om het belang van een verhoogde participatie van meisjes en vrouwen in bètawetenschap, techniek en ICT in Nederland te ondersteunen. Allen zijn zij bèta-, technische of ICT-vrouwen met een prachtige voorbeeldfunctie.

Prof. dr. Vanessa Evers

Foto: Eric Brinkhorst

'Het is belangrijk dat vrouwen carrière kunnen maken in álle gebieden, dus ook in bèta, techniek en ICT. We weten allemaal ondertussen wel dat diversiteit belangrijk is om tot creatieve innovatieve oplossingen te komen. Ik heb tijdens mijn studie Informatiekunde aan de UvA leren programmeren en wiskundevakken gevolgd. Ik werk nu in een multidisciplinair veld en richt me wellicht meer op de maatschappelijke aspecten maar ik voel me ook zeker een bèta.
Mijn vader is altijd mijn 'hoofdsponsor' geweest. Financieel tijdens mijn studie, maar ook mentaal. 'Als je je best doet is het goed, meer kun je niet doen', dat soort aanmoedigingen. Mijn drijfveer is de passie voor het onderwerp, robotica aanwenden voor het goede, echte problemen oplossen die niet opgelost worden zonder deze technologie.'

Vanessa studeerde Business Information Systems aan de Universiteit van Amsterdam en behaalde haar PhD aan de Open University in Engeland. In 2001 werd ze assistent-hoogleraar sociaal wetenschappelijke informatica aan de Universiteit van Amsterdam en vanaf 2007 bij de afdeling Robotica aan dezelfde universiteit. Vanessa doet al jaren onderzoek naar de interactie tussen mens en machine en ontwerpt robots die in de toekomst kunnen helpen met bijvoorbeeld ziekenhuisoperaties, het verzorgen van oude mensen of het inladen van de vaatwasser. Vanessa heeft vele wetenschappelijke artikelen gepubliceerd op het gebied van interactie tussen mens en computer. Ook staat ze regelmatig in de spotlights met haar werk.

Kristel Groenenboom MSc

'Diversiteit op de werkvloer zorgt echt voor betere resultaten. In de fabriek zijn wij momenteel aan het renoveren. Ik hoorde de bedrijfsleider tegen het team zeggen: jongens, jullie moeten wat meer als een vrouw gaan denken. Hij bedoelde het heel positief: hij wil graag dat het er keurig uit komt te zien, en dat ze goed samenwerken. Ik moest daar wel om lachen. Vooral omdat ik aan het begin van mijn carrière last had van genderstereotypering. Ik wilde een heftruck kopen. De verkoper stuurde mij een offerte, waarbij hij opmerkte dat ik de beoordeling van de technische gegevens moest overlaten aan mannelijke collega’s, want dat zou ik als vrouw niet kunnen. Ik heb hem vriendelijk bedankt voor de offerte en de heftruck bij een concurrent gekocht.

Ik heb het bedrijf overgenomen van mijn vader. Hij nam mij als klein kind vaak mee: naar een militaire basis of een groot zeeschip. Hij heeft mij bewust meegenomen, zodat ik geïnteresseerd raakte. Op de middelbare school gaf een lerares mij een boekje over technische studies. Ze had een studie gevonden aan de Universiteit van Antwerpen, een combinatie van techniek en bedrijfskunde, waarvan ze zei: dit is echt iets voor jou. Ik kwam die dag thuis en zei tegen mijn ouders: dit is wat ik ga studeren. Ik ging naar Antwerpen en werd ingenieur en bedrijfskundige: ik kon zowel de technische tekeningen als de jaarrekening van het bedrijf lezen. Wat ik mooi vind aan mijn werk is dat we echt iets creëren, een product, waarbij we steeds bezig zijn met innovatie, veiligheid en renovatie. 

Ik zou graag willen het beeld van vrouwen in de techniek normaal wordt. Dat meisjes zich over de vooroordelen heen zetten, en het gewoon gaan doen. Als je goed bent in wat je doet, krijg je vanzelf respect.'

Kristel Groenenboom nam op haar drieëntwintigste het bedrijf van haar vader over, C. Groenenboom. Het bedrijf in Oosterhout maakt en repareert containers en heeft rond de dertig werknemers. Groenenboom volgde een opleiding tot handelsingenieur (technische bedrijfskunde) aan de Universiteit Antwerpen. In 2017 verscheen haar boek Mag ik Meneer Kristel even spreken?

Prof. dr. Lynda Hardman

'My father encouraged me to go into engineering although I enjoyed physics more, probably because at school I didn't really know what "engineering" was. I studied physics and maths at Glasgow University. I found a wonderful place to work in IT on the outskirts of Edinburgh in Scotland. I moved from a large computer manufacturer to a couple of start-ups. I enjoyed the coding but became really interested in the ideas behind "hypertext" (now familiar as links in web pages). I then moved over to academia to do research on human computer interaction - a field that lies between the technology of computers and the psychology of users. Later on in my career I had the opportunity of talking to a coach. She let me see the world in a very different way. It helped me operate more strategically - which may not sound exciting, but it forces you to reflect on who you are, what you want, and how to cooperate with the people around you. I love understanding new things, I love changing things for the better. Science, Technology, Engineering en Mathematics are too important to be left to only the men. They are really inspirational to work in too - you can see your work makes a difference.'

Begin 1992 begon Lynda als ICT-onderzoeker voor het Centrum Wiskunde & Informatica (CWI). Lynda is professor Multimedia Discourse Interaction aan de Universiteit van Utrecht, alsook lid van het managementteam van het CWI. Haar onderzoek focust zich op de interactie tussen mensen en computer. Momenteel werkt ze voor CWI samen met mensen uit de televisiewereld aan een onderzoek dat zich richt op interactieve televisie. Tijdens de elfde European Computer Science Summit op 13 oktober 2015 in Wenen werd zij verkozen tot bestuursvoorzitter van Informatics Europe. Lynda spreekt regelmatig op evenementen om een nieuwe generatie van vrouwelijk ICT-talent te inspireren en aan te moedigen.

Prof. dr. Patricia Lago

Foto: Aleksandria Rudenko

'Our society is digital, shaped around how technology can support any aspect of our lives, and every member of the population. Women must work in the field if they want this highly-digitalized society to support their needs, too. I think that my career was heavily influenced by two crucial steps: I did my Master studies in Pisa (Italy) but decided to do my thesis project abroad, in Germany. This allowed me to work in research for the first time, and experience an international academic environment. In this way I have discovered academic research. And when I decided to move to the Netherlands I found my ideal research context. Industrial practice in my field of research (software architecture) is more mature than many other countries. So, working in Amsterdam helped me develop my research to the next level. What defines me? I think curiosity, critical thinking, and determination. The first two are crucial for scientific research, but it is determination that made me overcome the many obstacles along the way.'

Patricia Lago is hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) en hoofd van de groep Software and Services binnen de afdeling Informatica. Patricia studeerde Informatica aan de University of Pisa (Italië) en behaalde haar PhD aan de Politecnico di Torino (Italië) waar zij in 1998 assistent-hoogleraar software engineering werd. Vanaf 2003 is Patricia werkzaam aan de VU bij de afdeling Informatica waar zij onderzoek doet op het terrein van 'Software- and Service-oriented Engineering' met een speciale focus op de relatie tussen software, energie en duurzaamheid. Ze staat bekend om haar vaak baanbrekende onderzoek op het gebied van software-architectuur, software energie-efficiëntie en duurzaamheid. Patricia Lago bekleedt aan de Faculteit der Exacte Wetenschappen de Fenna Diemer-Lindeboom Leerstoel; een leerstoel van de VU voor vrouwelijk toptalent. Daarnaast is ze vice-voorzitter van VERSEN (Vereniging Software Engineering Nederland) en lid van het management team van IPN (ICT Research Platform Nederland).

Drs. Jannie Minnema

Foto: Marco Hofstee

'De wereld is veel digitaler aan het worden. Dit betekent dat iedereen, dus ook meiden, voor veel van de banen in de toekomst basiskennis van techniek en ICT nodig hebben. Ik gebruik nog steeds dingen die ik tijdens mijn studie heb geleerd. Mijn ouders steunden me in mijn studiekeuze, en moedigden me aan om uitdagingen aan te gaan. Daarnaast heb ik in het buitenland (Taiwan, Dubai, VS, Oostenrijk) werken en wonen als een cruciale stap voor mijn loopbaan ervaren: naast dat je allerlei nieuwe dingen ziet en leert, leer je ook veel over je eigen land en gewoonten. Je moet op een aantal vlakken weer 'opnieuw' beginnen, vaak ook vanuit een andere maatschappelijke positie. Van managers, coaches, vrienden en collega’s heb ik ontzettend veel geleerd. Zij hebben me kansen gegeven en me met mijn carrière geholpen. Een manager heeft me bijvoorbeeld aangemoedigd en gesteund om voor een functie als manager te solliciteren. Via het platform DIT (Diversiteit in IT) proberen we met een aantal IT-bedrijven, samen met VHTO, het imago van IT meer 'fun en feminine' te maken. Door te laten zien wat je kunt doen in de IT via rolmodellen en Dit Doe Ik bijvoorbeeld. Ook delen we de nieuwste technologieën met IT-docenten en geven we input over IT-lesmateriaal voor het voortgezet onderwijs.'

Jannie Minnema is Directeur Informatievoorziening bij MN: de pensioenuitvoerder van de metaal-, techniek- en maritieme sector. Minnema studeerde economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en Business Administration aan Nyenrode University. Ze is altijd geïnteresseerd geweest in onderwijs en technologie, met name ook omdat dit vaak de 'drivers' zijn van innovatie. Na haar studies heeft zij een aantal jaren les gegeven aan de Higher Colleges of Technology in Dubai. Ze startte haar carrière bij Oracle University in San Francisco en heeft de afgelopen jaren vele verschillende aspecten van de technologie sector en haar klanten leren kennen en waarderen. Ook richtte zij een aantal jaren geleden Oracle Women Leadership (OWL) in de Benelux op, met als doel netwerken, vergroten van kennis en coachen van vrouwen binnen Oracle.

Prof. ir. Elphi Nelissen

'Een vriendin zei tegen me: ‘waarom begin je geen eigen bedrijf’? Dat heb ik gedaan. Ik heb een heel goed ingenieursbureau geleid. Daarna ben ik gevraagd leiding te geven aan de faculteit Bouwkunde en ben ik hoogleraar geworden. Het heeft mij heel veel gebracht.  Studiegenoten, vrienden en vriendinnen en natuurlijk ook mijn man hebben mij altijd gesteund. Mijn man heeft een groot deel van de zorg van de kinderen op zich heeft genomen. Mijn positieve inslag helpt om overal het beste van te maken. Meer vrouwen in bèta en wetenschap levert een gezondere, beter functionerende organisatie op waar het fijner werken is.'

Prof.ir. Elphi Nelissen is hoogleraar en wetenschappelijk directeur van het postmaster (PDEng) programma Building Sustainability bij de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e). Van 2011 tot 2019 was zij decaan. Haar expertisegebieden zijn hernieuwbare energie en de gebouwde omgeving, circulaire bouweconomie, duurzaam bouwen, gebouwendiensten, bouwfysica en bouwakoestiek. Elphi startte de ontwikkeling van een Smart District in de Brainport-regio, waarin alle nieuwe en slimme technologieën moeten worden geïntegreerd in een hernieuwbare, sociale en aantrekkelijke woonwijk. Naast haar functie bij de universiteit is Nelissen voorzitter van de Sociaal-Economische Raad van de provincie Brabant (SER-B) en voorzitter van het Adviescollege van de Provincie (Brabant Advies). Ze beïnvloedt beleidsvorming op het gebied van circulair en duurzaam bouwen op nationaal niveau, in haar rol als voorzitter van het Transitie Team Circulair Building Economy en is lid van de nationale Taskforce Building Agenda (Bouwagenda). In 1991 richtte Elphi een onafhankelijk ingenieursbureau Nelissen BV op dat expertise biedt op het gebied van bouwfysica, bouwakoestiek en bouwdiensten. Ze heeft verschillende aanvullende functies, zoals de voorzitter van het TU/e Smart Cities-programma en is lid van de raad van bestuur van SPARK Campus. In 2016 werd ze gekozen tot de meest invloedrijke vrouw in de regio Eindhoven/Brainport.

Drs. ir. Petra Oldengarm

foto: Arenda Oomen

Ik heb gemerkt dat een goede diversiteit binnen een team een positieve uitwerking heeft op het werkplezier en de resultaten. Helaas kiezen vrouwen vaak voor een ander werkveld en is de bèta, techniek en ICT-sector nog een mannenwereld. Het zou mooi zijn als er een goede mix ontstaat van diverse achtergronden.

Op de middelbare school werd ik erg geïnspireerd door mijn wiskundeleraar. Die heeft mijn plezier voor wiskunde en informatica gestimuleerd en ook mijn keuze om daarin verder te gaan. Om heel eerlijk te zijn vond ik de stap om zelf informatica te gaan studeren best groot. Het leek me moeilijk en ook studeren met (vrijwel) alleen jongens zag ik tegenop. Ik was bijvoorbeeld het enige meisje in mijn jaargang informatica. Toch heb ik ervoor gekozen omdat ik wiskunde heel leuk vond en verwachtte dat ik mijn creativiteit goed kwijt kon in het informaticavak. En dat bleek ook zo te zijn.

Tijdens mijn werk ontdekte ik al snel dat ik innovatie erg leuk vond en daarnaast de neiging had om snel de leiding te willen nemen. Die twee kwaliteiten heb ik in veel van mijn functies teruggezien. Ik gaf aan steeds complexere teams leiding in innovatieve werkvelden. Uiteindelijk bleek mijn passie voor cybersecurity het grootst en ik ben blij dat ik nu in dit werkveld werk. Ik draag graag bij aan Nederland veiliger maken.’

Petra Oldengarm studeerde technische informatica aan de Rijksuniversiteit Groningen is directeur van Cyberveilig Nederland en zelfstandig strategisch adviseur cybersecurityvraagstukken.

Drs. ir. Mirjam Verhoeven

Foto: Betsie van Ojik

‘In toenemende mate overtreft het aantal studentes op hogescholen en universiteiten de mannen. Ook merk je dat vrouwen steeds beter de weg naar exacte vakken weten te vinden. Allereerst vind ik het belangrijk dat werk een afspiegeling is van deze ontwikkeling. Daarnaast voegen vrouwen een ander en vaak breder perspectief toe aan bestaande techniek, ICT en aanverwante richtingen en oplossingen. Of het nu gaat om het oplossen van een technisch probleem, de zoektocht naar hoe techniek mens en maatschappij kan helpen, of het simpelweg nadenken hoe een ontwerp naadloos aansluit op menselijk gebruik. Een vrouwelijk perspectief maakt zo’n oplossing of toepassing echt volledig.

Mijn vakmatige achtergrond is cruciaal geweest voor mijn loopbaan. Nog steeds vind ik het leuk om af en toe weer even de diepte in te gaan. Dan realiseer ik me wat een stevig fundament het is om vakinhoud met strategie te combineren bij het nemen van besluiten.

Ik heb een tweeling van 21 jaar. Vanaf hun derde kwam ik alleen voor de opvoeding te staan. Dus de ‘worsteling’ die veel vrouwen doormaken tussen meer of minder werken, heb ik niet gekend. Ik ging fulltime werken. Want naast liefde en aandacht, hebben kinderen ook een huis en eten nodig. Mijn bazen gaven me iedere keer een duw in de goede richting gaven als ik twijfelde of ik een volgende stap wel aan zou kunnen. Je kunt zeggen dat ik toch carrière heb gemaakt ondanks mezelf en dankzij mijn leidinggevenden door de jaren heen.’

Mirjam Verhoeven werkt sinds 2002 bij de Volksbank en haar rechtsvoorgangers in diverse functies. In haar vorige functie als Chief Information Officer en directeur Innovatie was zij onder meer verantwoordelijk voor IT & Change, het IT- beleid en het vormgeven van de strategie van de Volksbank op het gebied van innovatie. In haar nieuwe functie als Chief Operating Officer (COO) is zij verantwoordelijk voor onder meer de service centers, IT & Change en het facilitair bedrijf.