Door Anneke Steegh & Chiara Holzhäuser
Leibniz Institute for Science and Mathematics Education (IPN), Duitsland
Bètavakken worden vaak gezien als de meest objectieve en neutrale onderdelen van het onderwijs. Maar volgens onderzoekers Anneke Steik en Chiara Holzhäuser verhult deze schijnbare neutraliteit juist de normen die veel leerlingen buitensluiten, vooral queer, trans en non-binaire jongeren. Hun onderzoek Unmasking STEM Neutrality stelt een essentiële vraag: voor wie is het bètaonderwijs eigenlijk ontworpen?
De mythe van neutraliteit in STEM
Het beeld dat STEM identiteitsvrij zou zijn, is misleidend, legt Anneke uit. “STEM is er voor mensen. Als we doen alsof het neutraal is, maken we heteronormativiteit de standaard.” In lesmateriaal komen vrijwel altijd binaire en traditionele voorbeelden voor. Dat lijkt klein, maar het geeft impliciete boodschappen: dit is wie ‘normaal’ is in de wetenschap. Met behulp van Queer Theory benadrukken de onderzoekers dat queerness niet alleen over seksualiteit gaat, maar ook over genderidentiteit inclusief trans en non-binaire identiteiten.
Het doel van het onderzoek
Anneke en Chiara wilden begrijpen hoe aanstaande docenten in het bètaonderwijs hiermee omgaan. Ze onderzochten de queer geletterdheid van acht leraren-in-opleiding: hun kennis, houding en bewustzijn rond queer identiteiten. “We wilden weten wat ze begrijpen over queerness en of ze het relevant vinden binnen STEM,” vertelt Chiara.
Belangrijkste bevindingen: goede bedoelingen, beperkte kennis
Hoewel de deelnemers open stonden voor inclusiviteit, was hun begrip van queerness vaak beperkt. Veel van hen: verwarden genderidentiteit met seksuele oriëntatie, haalden hun kennis vooral uit informele bronnen, vonden queer inclusie iets voor andere schoolvakken.
“Als docenten denken dat STEM niets met identiteit te maken heeft, zien ze hun eigen rol niet in het creëren van een veilige leeromgeving,” legt Anneke uit. Daarnaast reageerden de meesten pas wanneer er een probleem ontstond (zoals pesten), in plaats van proactief inclusie te creëren.
Van reageren naar inclusief handelen
De onderzoekers pleiten voor eenvoudige stappen:
- voorbeelden gebruiken met diverse gezinsvormen,
- geen jongens-meisjes indelingen,
- zichtbare symbolen van openheid in de klas,
- voornaamwoorden vragen,
- inclusief taalgebruik.
“Een klein regenboogspeldje kan voor een queer leerling het verschil betekenen tussen angst en veiligheid,” zegt Chiara.

Waarom deze studie belangrijk is
Volgens Anneke gaat dit over sociale rechtvaardigheid. “Gelijke kansen zijn pas echt gelijk als elke identiteit wordt gezien. Het systeem moet veranderen, niet de leerling die er niet in past.” Hun boodschap aan het onderwijs is verbindend: “Mannen zijn niet de vijand,” zegt Anneke. “We hebben iedereen nodig, kennis geeft ons de kracht om STEM menselijker te maken.”
Vooruitblik op de Gender and STEM-conferentie 2026
Anneke en Chiara presenteren hun werk in 2026 op de internationale Gender and STEM-conferentie. “Queerness hoort in elk vak,” zegt Chiara. “Pas als alle identiteiten zichtbaar zijn, kan onderwijs echt gelijkwaardig worden.”