banner

Wil je als leerling kunnen bedenken wat je later wilt worden als je groot bent, dan zijn voorbeelden waarmee je je kunt identificeren van belang. Dat kunnen voorbeelden zijn die je tegenkomt bij een bedrijfsbezoek of bij een gastles, maar ook personages in lesmateriaal kunnen een rol spelen. Maar welke voorbeelden zijn dan belangrijk en hoe kun je als docent daarin een rol spelen? We beantwoorden daarom vijf vragen over het belang van (counter)voorbeelden in lesmateriaal.

Waarom zijn (counter)voorbeelden in lesmateriaal van belang?

Allereerst is het belangrijk om voorbeelden te laten zien van wat mannen of vrouwen later kunnen worden. Er zijn echter ook negatieve effecten als er weinig voorbeelden of stereotiepe voorbeelden zijn. Blootstelling aan (subtiele) onderrepresentatie van bepaalde groepen en bijbehorende (negatieve) stereotypen kan leiden tot lagere motivatie en lagere prestaties bij deze groepen. Het kan dus zo zijn dat als vrouwen voorafgaand aan een techniekopdracht expliciet aan hun vrouwzijn worden herinnerd, het stereotype dat vrouwen niet goed zijn in techniek wordt geactiveerd en dat kan hun motivaties of prestaties verslechteren. Dat wordt stereotypedreiging (stereotype threat) genoemd (Mesman, et al., 2019).
Lesmateriaal waarin groepen ondergerepresenteerd of gestereotypeerd worden, kan daarom gevolgen hebben voor alle drie de functies van het onderwijs (Zweekhorst, 2021):

  • Kwalificatie
  • Socialisatie
  • Subjectificatie

(Biesta, 2012)

Deze functies houden in dat dat leerlingen kennis en vaardigheden opdoen, dat de wereld aan de leerlingen wordt getoond en er is aandacht voor de identiteitsontwikkeling van de leerling.

Hoe is het gesteld met de voorbeelden in lesmateriaal?

Er is veel (internationaal) onderzoek beschikbaar dat laat zien dat vrouwen vaak ondergepresenteerd zijn in schoolboeken, en dat mannen en vrouwen op stereotiepe wijze worden afgebeeld en beschreven (Mesman, et al., 2019). Vrouwen worden bijvoorbeeld minder vaak afgebeeld in een technische rol. Dat blijkt onder andere uit onderzoek van Mesman  Zij laat zien dat vrouwen ook in Nederlandse studieboeken voor wiskunde en Nederlands worden ondergerepresenteerd. Personages die in de boeken een beroep hadden, waren meestal een man. Ook hadden mannelijke personages met een beroep een veel grotere diversiteit aan beroepen. Als in de boeken een wetenschapper, topsporter, beroemdheid of personage die een technische activiteit uitvoerde voorkwam, was het vaker een man dan een vrouw. Personages die een ouderrol of huishoudelijke taak uitvoerden, waren vaker vrouwen dan mannen vergeleken met de totale representatie van vrouwen en mannen.

Waar kom je stereotypen tegen?

Stereotypen kun je tegenkomen in zowel beeld als in tekst. Zoals het onderzoek van Mesman (2019) al laat zien, worden vrouwen vaker in een ouderrol of als een uitvoerende van een huishoudelijke taak weergegeven in studieboeken voor wiskunde of Nederlands. Dit appelleert aan het stereotype dat vrouwen betere verzorgende eigenschappen hebben dan mannen. Het beeld van een man die vaker een technische activiteit uitvoert, bevestigt het stereotype dat techniek niet voor vrouwen is.
Niet alleen in beeld zijn stereotype activiteiten of handelingen zichtbaar, dat geldt uiteraard ook voor tekst. In tekst geldt daarnaast dat het gebruik van bepaalde bijvoeglijke naamwoorden een stereotype kunnen bevestigen, vooral als het gaat om eigenschappen. Hosada & Stone (2000) toonden aan dat bepaalde eigenschappen meer aan vrouwen worden toegeschreven, zoals aanhankelijk, gevoelig, waarderend, sentimenteel of sympathiek. Andere eigenschappen worden juist meer aan mannen gekoppeld, denk aan knap, agressief, stoer of moedig. Als een vrouwelijke eigenschap in een zin wordt gekoppeld aan een vrouw, bevestigt dit een stereotype.

Wat kun je doen als je lesmateriaal ontwikkelt of aankoopt?

Onderzoek laat zien dat contra-stereotypering de invloed kan verkleinen die stereotypering heeft op leerlingen. Voor technisch studiemateriaal betekent dit praktisch om ook regelmatig vrouwen een technische activiteit te laten uitvoeren, zowel in beeld als in tekst. Tevens kan het gebruik van genderneutraal taalgebruik die invloed kleiner maken. Dat betekent onder andere dat het gebruik van beroepen waar een duidelijke mannelijke of vrouwelijke associatie aan zit – zoals timmerman of poetsvrouw – te omschrijven als een persoon die timmert of schoon maakt.
Wil je vóór een aankoop een toets doen of het lesmateriaal voldoet aan de wensen of eisen qua representatie? Dan geeft Unesco in een online gids een handreiking waarop je het materiaal kan toetsen.

Zijn er nog andere factoren in lesmateriaal die een rol kunnen spelen?

Als het gaat om exacte vakken dan is de self-efficacy (de mate van vertrouwen om het vak succesvol af te ronden) bij meiden lager dan jongens. Niet alleen kunnen daarom stereotypen een negatieve impact hebben, ook de manier van formuleren kan effect hebben op dat zelfvertrouwen. Op een vraag ‘Ben je goed in wiskunde?’ zullen meiden minder vaak ja zeggen dan jongens – ook al zijn ze er even goed in. Helaas heerst in de samenleving nog steeds het idee dat of je wel of niet slaagt voor exacte vakken te maken heeft met talent of aanleg en dat meiden er nu eenmaal minder goed in zijn dan jongens. Dat is niet zo: exacte vakken zijn te leren. Het is dus belangrijk dat de vakken en het lesmateriaal vanuit een growth mindset worden aangeboden.