Nederland koploper vrouwen in techniek en IT
Het tekort aan technisch personeel is al jaren bekend. Toch blijft het onopgelost. We laten nog steeds veel talent onbenut. Nog geen 17% (PTVT) van de technische professionals is vrouw. Dat is geen klein probleem, maar een structureel gemiste kans. En Girls’ Day is een druppel op deze gloeiende plaat.
De druk op bedrijven en technische opleidingen is al jaren hoog. Zij moeten meer vrouwen aantrekken én behouden. Recent is die urgentie verder toegenomen. De geopolitieke ontwikkelingen spelen hierin een belangrijke rol. Techniek is nodig voor onze nationale veiligheid. Denk aan energievoorziening en digitale infrastructuur. Nederland wil minder afhankelijk zijn van andere landen. Daarvoor zijn voldoende vakmensen nodig, én goed presterende teams. De teams die boven zichzelf uitstijgen en innovaties voor elkaar krijgen; dat zijn veelal divers samengestelde team.[1].
Dat vrouwen ondervertegenwoordigd zijn in techniek en IT in Nederland, is geen natuurwet, maar het gevolg van onze cultuur. Het goede nieuws is dat we het kunnen veranderen. Het slechte nieuws is dat het niet makkelijk is, anders hadden we het probleem al opgelost. Want de economische noodzaak is al jarenlang voelbaar. Toch is er reden om hoopvol te zijn. We weten immers wat de oplossingen zijn en hoe we als Nederland een koploper kunnen worden.
De loopbaan van vrouwen in techniek en IT is een ‘hindernisloopbaan‘;[2] in elke levensfase komen zij (onzichtbare) hordes tegen.
Een jaar geleden nog zou ik elke horde beschrijven in deze tekst. Maar ik heb inmiddels geleerd dat dat niet altijd effectief is: door een stereotype te herhalen, loop ik het risico dat ik het stereotype juist bevestig en dan zijn we weer terug bij af.
Je kunt ook zeggen dat er al op jonge leeftijd kansen zijn om het anders te doen en kinderen meer keuzevrijheid te geven. Als we als ouders en verzorgers hogere verwachtingen hebben van jongens als het gaat om zorg voor anderen en van meiden dat ze op de voorgrond treden, maakt dat al verschil. Ook in speelgoed zitten onbewuste verwachtingen. Als een meisje een uitdagende puzzel krijgt, dan krijgt ze de boodschap dat ze slim genoeg is voor die uitdaging. Krijgt een jongetje een keukentje, dan laat je zien dat zorgen voor de ander, iets is wat je leuk vindt.
Als kinderen eenmaal op school zitten, dan helpt het als ze ervaren dat rekenen, wiskunde en technisch inzicht te leren zijn. Hoe meer je je best doet en inspant, hoe beter je erin kunt worden. Als leerlingen vaker horen dat exacte vakken te leren zijn door inzet, versterkt dat het zelfvertrouwen van meiden.
Het helpt ook als in de lesboeken vrouwelijke wiskundigen of loodgieters te zien zijn. Zo zien meiden wat ze later zelf kunnen worden. Daarnaast helpt het ook als docenten en decanen leerlingen begeleiden bij het onderzoeken van hun profielkeuze of studiekeuze. Als een meid in de 2de klas van het vmbo ervan overtuigd is dat ze zorg en welzijn wil doen, kan het haar helpen om haar keuze te toetsen door iets heel anders uit te proberen en te checken of ze nog steeds overtuigd is van haar keuze. Daarmee vergroot je als docent haar keuzevrijheid.
Als blijkt dat die meid – inmiddels jonge vrouw – toch de technische kant op wil en instroomt in een technische mbo-opleiding, dan is de leeromgeving cruciaal. Het helpt als docenten meer aandacht hebben voor hun pedagogische rol in de klas en in staat zijn om te zorgen voor meer verbinding.
De mbo-docent die naast de inhoudelijke expertise, ook blijft doorgroeien als pedagogische begeleider. Dan is die ene vrouwelijke studente weliswaar in de minderheid, maar door de sterke verbinding in de klas kan ze zich thuisvoelen. En het gevoel hebben dat dit haar plek is, ook voor de lange termijn. Belangrijker nog, door de verbinding met studiegenoten heeft ze ook hulplijnen waar ze een beroep op kan doen als dat nodig is voor studiesucces.
Als zij dan de overstap maakt naar de werkvloer, dan helpt het als ze een teamleider treft die een voorbeeldrol laat zien als het gaat om sociale veiligheid. Een teamleider die begrijpt dat sociale veiligheid net zo belangrijk is als fysieke veiligheid. Je moet je immers veilig kunnen uitspreken om risico’s goed te signaleren.
Daarnaast helpt het als ze een ambitieus bedrijf treft, die durft doelen te stellen. Bijvoorbeeld: we verbeteren onze man/vrouw-ratio van 5% naar 10% in een aantal jaar. Het helpt ook als bedrijven hierbij ondersteuning krijgen van opleidingsfondsen en brancheorganisaties.
Wat Girls’ Day laat zien, is dat er overal in het land docenten zijn die hun leerlingen stimuleren om buiten de gebaande paden te treden. En bedrijven zijn die actief dat onbenutte potentieel willen benutten. Misschien doet niet iedereen precies wat hierboven staat, maar er is een beweging in Nederland. Van Limburg tot Groningen, van het onderwijs tot aan het bedrijfsleven.
Tegelijkertijd groeit die beweging niet vanzelf. Daar is meer voor nodig. Meer prikkels die docenten en werkgevers op weg helpen om de juiste stappen te zetten, juist omdat het ook niet eenvoudig is en veel doorzettingsvermogen vraagt. Meer voorbeeldgedrag in de praktijk. Meer samenwerking tussen scholen en bedrijven om elkaar ook te helpen in tijden van arbeidskrapte. Of oplossingen die we nu nog niet voor ogen hebben, omdat ze nog niet eerder zijn uitgeprobeerd.
Mijn laatste geleerde les is dat datgene wat er nog niet is, alleen kan komen door heel goed te luisteren naar docenten en werkgevers. Uiteindelijk zijn zij degene die het grote verschil in de praktijk kunnen maken en zij moeten dan ook aan het stuur van deze beweging staan.
[1] VHTO (2022) Whitepaper Vrouwen in beta, techniek en IT, hoe behoud je ze als organisatie?
Aan de slag met dit onderwerp?
Neem dan contact op met Crystal Ramsaran
Meld je aan voor de VHTO-nieuwsbrief
Ontvang inzichten en updates over meer vrouwen in techniek en IT.
Lees verder
Hoe stereotiepe beelden talent in de weg staan
Vrouwen in IT: Niet instroom, maar uitstroom is het probleem
Bedrijven investeren volop in wervingscampagnes, rolmodellen en instroomprogramma’s om meer vrouwen aan te trekken. Toch blijven vrouwen niet hangen in de IT, schrijven Elsemieke de Jong en Joske Aline Jansen, beiden van het expertisebureau VHTO.
STEM is niet neutraal: Waarom queer identiteiten thuishoren in het bètaonderwijs
Bètavakken worden vaak gezien als de meest objectieve en neutrale onderdelen van het onderwijs. Maar volgens onderzoekers Anneke Steik en Chiara Holzhäuser verhult deze schijnbare neutraliteit juist de normen die veel leerlingen buitensluiten, vooral queer, trans en non-binaire jongeren. Hun onderzoek Unmasking STEM Neutrality stelt een essentiële vraag: voor wie is het bètaonderwijs eigenlijk ontworpen?
Workshop: Versterk het zelfvertrouwen van leerlingen in techniek
In deze workshop ontdek je hoe je het zelfvertrouwen van leerlingen versterkt en techniek toegankelijk maakt voor iedereen.
Girls’ Day 2026: samen maken we techniek zichtbaar
10.500 meiden ontdekken techniek en IT. Lees over de impact, ervaringen en wat nodig is voor blijvende verandering.
Rolmodel in de spotlight – Nannique Rupert
“Je moet gewoon met respect met elkaar omgaan”
VHTO workshop bij ChipFest Twente
Hoe vergroot je het vertrouwen in eigen kunnen in techniek? VHTO gaf een workshop over self-efficacy bij ChipFest Twente, met concrete handvatten voor onderwijs en arbeidsmarkt.
Vrouwen in techniek en IT: hoe behoud je ze als organisatie?
4 redenen waarom vrouwen de techniek en IT verlaten en wat organisaties eraan kunnen doen.